Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
184
in den eeuwigen nacht ingesluimerd; het brein, dat
meesterstukken schiep, ontbonden en vergaan; de hand,
die doek en marmer bezielde, reeds lang verdroogd; wan-
neer een ander geslacht het ongelijk wreekt, door tijdge-
nooten aangedaan, en hetgeen men den levenden afgun-
stiglijk onthouden, of al te karig geschonken had, aan den
gestorvenen met des te ruimer handen wordt uitgedeeld.
Zoo bezat Engeland zijnen onsterfeiyken milton, bezat
het pronkstuk zijner dichterlijke schepping, en vergat het
wonder zijner eeuw voor staats- en kerkgeschillen: tot
dat ADDisoN den ontslapen Zanger naast homerus en
MARO zijne plaats aanwees, en zijnen lof door geheel
Europa deed weergalmen!
Niet altijd echter is het levende geslacht even onrecht-
vaardig, in de waardering der groote talenten, die in
deszelfs midden bloeijen. Hoe vele geletterden, hoe vele
beoefenaars der schoone en beeldende kunsten, zamelden
bij hun leven een rijken oogst van zelfvoldoening uit de
achting, de goedkeuring en toejuiching hunner tijdge-
nooten; genoegzaam om hunnen ijver aan te moedigen, en
hun eergevoel te streelen. Het zij, omdat het geluk hen
tot zijne gunstelingen had verkoren; hetzij, omdat de tijd,,
waarin zij leefden, het land dat hen kweekte, den prijs der
verdiensten wisten te schatten en te gevoelen; het zij ein-
delijk, omdat de luister hunner gaven te groot was, om door
wangunst, door jaloezij, door den ophef der overdrevenheid
en valsche oorspronkelijkheid verdonkerd te worden. Maar
ook dan, wanneer hunne werken den vuurproef des tijd»
doorstaan; ook dan is de roem des nageslachts grooter
en onbekrompener dan die der tijdgenooten, en gaat zelfs
den hoogsten wensch te boven, dien de levende Geleerde
of Schrijver, de Dichter of Redenaar, de Schilder, de Beeld-
houw- of Toon- of Bouwkunstenaar, in de oogenblikken