Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
183
mannelijk schoonen en fleren jongeling gepaard wordt.
De edelste gaven der natuur, door verstandige en vlij-
tige oefening beschaafd, schuilen somtijds in het duis-
ter; een dikke nevel schijnt rondom haar zamen te
trekken, dien zij vruchteloos pogen door te breken, om
aan het licht te verschjjnen; en zjjn zij dien ongunstigen
zamenloop van tijden en omstandigheden te boven ge-
worsteld; ach! straks wenschen zij veelligt, nooit uit hun
vergeten hoek te voorschjjn te zijn getreden: want de nijd
knaagt aan de schoonheid hunner kunstgewrochten; de
ijverzucht brengt kleine feilen als onverschoonlijke gebre-
ken aan den dag; de valsche smaak ziet uit de hoogte
op hen neder; de dweeperij, schreeuwt van gevaar en
verleiding; de menigte gaat zonder opmerking voorbij,
en terwijl, opdat ik dit voorbeeld gebruike, terwijl voor-
treffelijke boeken, de vrucht van jaren overpeinzing en
onderzoek, vol waren en schoonen zin, ongezocht en onge-
lezen, op sluizen en markten worden uitgestald, ziet men
beuzelachtige modeschriften in vensterbanken en op schoor-
steenmantels ten toon liggen!
Doch deze ondankbaarheid, deze wanstaltigheid duurt
niet altoos. Eindelijk heeft de nijd zijne tanden stomp
gebeten; de ijverzucht zwijgt uit vrees van zich te ver-
raden; de valsche smaak is van zijn' zetel gestootenj
en de dweeperij vergenoegt zich met in stilte te zuchten!
Eindelijk zegepraalt de verdienste, en de lang geweigerde,
lang betwiste eerekrans, wordt onder luide toejuichingen
aan haar uitgereikt! En wanneer breekt dat heugelijk
tijdstip aan, dat elk regtschapen hart van zuivere vreugde
doet huppelen? Wanneer ziet het oog des voortreffelijken
Schrijvers, des Dichters en des Kunstenaars dien lang ge-
wenschten triumf? Wanneer zijn oog dien ziet? . . .
misschien zijn oog nimmer! Misschien is het reeds lang