Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
Over het oordeel der Nakomelingschap.
door
TAN DER PALM.
De eer is de prikkel der verdiensten. Met dit dagelijksch
gezegde, (maar wie versmaadt de dagelijksche spijs ook
aan het toebereide gastmaal?) met deze gewone opmer-
king open ik mijne aanspraak in eene maatschappij, aan
de verdiensten toegewijd; in eene vergadering, waarin
verdiensten door eer zullen bekroond worden. Eer en
verdienste; er bestaat in het gansche gebied der schoone
en zedelijke natuur geen edeler zamenvoeging dan deze!
Yerdiensten met den lauwer der eer bekranst, schitteren
met een luister, die het oog bekoort en verkwikt, zonder
het te verblinden of te beleedigen. Eer, zonder verdiensten
verkwist, kan geen eer meer heeten: het is laffe vleijerij;
de vernederende ophef der ligtgeloovigheid, des vooroor-
deels en der domheid; een schorre trompet, met wind uit
opgeblazen kaken vervuld, slechts behaaglijk voor het
ijdel kermisvolk!
Doch niet altijd gaan roem en verdienste hand aan
hand; gelijk niet altijd de bekoorlijke maagd aan den