Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
179
Stel hiertegen het beeld der trotschheid over; dat van
den beoefenaar der fraaije letteren, die zich veel en alles
laat dunken, voor wien onze taal het eigenaardig woord
van laatdunkendheid heeft uitgevonden; het is het beeld der
grofste zelf-miskenning, of wilt gij liever der dwaze, partjj-
dige zelf-beoordeeling: het is, de bewustheid van gebre-
ken en onvolkomenheden te verdooven en te verdrukken,
door buitensporige hoogschatting van eigen verdiensten.
Wjj beweren geenszins, dat er nooit ware géniën geweest
zijn, die met dit euvel besmet waren, maar dat het daar,
waar het immer heeft plaats gehad, een hatelijken mis-
stand veroorzaakt, en aan de beoefening der kunst on-
herstelbaar nadeel heeft toegebragt. Hij, die dezen hoogmoed
koestert, hjj moge, met gelukkige geest-vermogens begaafd,
leemten en zwakheden vermijden, waaraan ook goede
Autheurs zich schuldig maken; door geen wansmaak zijn
werk ontsieren; schoonheden van den eersten rang daarin
doen prijken: maar de toon van zelf-behagen, van ijdelheid
en zelf-verheffing, die overal doorstraalt, verhindert, ver-
nietigt menigmaal den indruk, dien hij wenschte te maken;
en de onwil, dien de kunstenaar tegen zich inboezemt,
kan niet anders dan eene ongelukkige werking op zijn
kunstgewrocht te weeg brengen. Het streven naar meerdere
volmaking, het ontgaan van vroeger begane feilen, hoe
vele hinderpalen ontmoet het bij hem, die zich door
weinigen geëvenaard, bijkans door niemand overtroffen
waant; die, liever dan gebreken te erkennen, of te zeggen:
ik heb gedwaald! ook het ongerijmdste met hardnek-
kigheid verdedigt. Voor deze onmatige hoogschatting
van eigen verdiensten, die gewoonlijk gepaard gaat met
minachting en versmadend nederzien op allen, die men
beneden zich schat, ja zich somtijds daarin alleen
openbaart; voor dezen waan der ingebeeldheid staan
nogtans allen bloot, die verdiensten bezitten; staan zij