Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
178
aanbevolen worden. Maar voor zoo ver deze soort van
zelf-miskenning waarlijk plaats heeft, is zjj een gevolg
van zwaarmoedigheid, die over alles haar floers verspreidt,
of van traagheid, die vreest hare krachten te meten, om-
dat zij een afkeer heeft van ze in te spannen. Een be-
roemd en naauwkeurig Schrijver stelt het karakter der
ware nederigheid daarin, dat zij de bewustheid van het
goede, dat men heeft, tempert door de bewustheid van
't geen er aan ontbreekt. Deze ware zedigheid is de
vrucht eener zelf-kennis, die uit ongeveinsd zelf-onder-
zoek ontstaat. Zij is niet alleen de beminnelijkste eigen-
schap van den bekwamen Dichter, Schrijver of Redenaar,
als mensch beschouwd; maar zij deelt zich ook mede aan
zijne kunstgewrochten, om een behagelijken en innemenden
toon daarin te laten heerschen. Zij behoedt, aan de eene
zijde, tegen gedurig herhaalde en overdrevene betuigingen
van zwakheid en onvermogen, die men moede wordt te
lezen of aan te hooren; en aan den anderen kant tegen
de uitdrukking van onmatig zelf-vertrouwen. Zij verhin-
dert dat de vrijmoedigheid en opregtheid, waarmede men
zijn gevoelen uit, in meesterachtigheid ontaarde. En daar
men door oefening alleen meester in zijne kunst kan wor-
den, bestuurt zij die oefening; toont ons aan, welke ge-
breken wij voortaan te schuwen hebben; welk een' weg
wij moeten inslaan tot beschaving, tot verrijking, tot ver-
edeling onzer opstellen; door wat te vermijden, wat te
betrachten, wij naderen kunnen, indien niet tot de denk-
beeldige volkomenheid, die ons voor den geest zweeft,
immers tot de modellen dier groote Schrijvers, in alle
talen en van alle tijden, die den strengen toets des gezon-
den oordeels hebben doorgestaan. Zij waarschuwt ons
eindelijk met nadruk, dat wij geen Ikarus-vleugelen aan-
schieten, om naar mate wij hooger poogden te stijgen, des
te dieper te ploffen!