Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
Nederduitsch, ofschoon met een licht accent, of hij hem
ook kon zeggen, waar Professer Vossius woonde, 't Bleek
aldra, dat hij zich tot niemand beter had kunnen ver-
voegen; want het antwoord van den Amsterdammer luidde:
„ga maar mede: ik stap er zelf heen."
Recht in zjjn schik, het zoo goed getroffen te hebben,
gaven onze vreemdelingen zich aan 't geleide van hun weg-
wijzer over, en, terwijl onder 't voortwandel en de jongste
van de twee zich vermaakte in 't kijken naar de cierlijke
zwanen, waarvan in die dagen het water van den Flu-
weelen Burgwal, naar Vondels uitdrukking ^krielde,"
kon de oudste niet nalaten, den leidsman, dien een gunstig
lot hun had toebeschikt, zijdelings gade te slaan. Had
's mans voorkomen dadelijk zijn opmerkzaamheid getrokken,
hoe meer hij nu van nabij die vonkelende oogen, dat breed
gewelfde voorhoofd, dien scherpzinnigheid teekenenden
arendsneus en dien fijn besneden mond aanschouwde, hoe
meer hjj de overtuiging verkreeg, dat het geen onbe-
duidend man was, die aan zijn zijde ging. Niet lang
hadden zij voortgewandeld, toen de Amsterdammer stil
stond, en, op het huis wijzende, waar zij zich voor be-
vonden: „hier woont de Heer Vossius," zeide hij, „drie
deuren van de Doorluchtige Schole, waar hij onderricht
geeft aan de studeerende jongelingschap, en allernaast zijn
ambtgenoot Van Baerle, of Barlaeus, zoo gij hem onder
dien naam beter kent."
En meteen, de stoep opgaande, deed hij den klopper
vallen.
'J Zie VONDELS Inwying der Doorluchtige Schole, vs. 81—84;
De poëzy, het goddelijkste van al.
Spant keel en snaar op sluizenwaterfal
En trippelt op fluweelen burreghwal,
Die krielt van zwanen.