Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
geest zweefde, dan verdween en verzonk daarbij al zijn
verkregen wetenschap, en was in zjjne oogen alsof hij
niets wist. Men heeft het wel eens in Cicero, en niet in
Cicero alleen, maar ook in andere Redenaren na hem, als
een valsche en geveinsde nederigheid gewraakt, dat zij
spraken van de bekrompenheid hunner kennis, van de
middelmatigheid of geringheid hunner bekwaamheden;
men heeft het pogen te verschoonen als door het gebruik
gewettigd, en een klank zonder beduidenis geworden:
maar waarom zou het daarbij aan opregtheid behoeven
te haperen in hem, die zich gewend heeft minder te zien
op hetgeen hij bezit, dan op hetgeen hem ontbreekt?
Waarom zouden wij het onzen grootsten Dichter, hoezeer
wij het hem niet als een verdienste kunnen toerekenen, als
een veinzende pligtpleging ten laste leggen, wanneer wjj
hem, bij ieder grooter meesterstuk, dat hij ons levert,
over achteruitgang en uitputting van zijn dichtvermogen
hooren klagen? Alsof men niet bij elke schrede, die
men vorderde op het veld der volmaking, zich zelf te
meer verloor in deszelfs onmetelijke uitgestrektheid; alsof
de eindpaal, naarmate men voorwaarts ging, zich niet
gedurig op verder afstand vertoonde, zoodat men kleiner
werd in zjjne eigen oogen, naarmate men grooter wierd
in die van anderen!
Doch hoezeer dit gevoel van geringheid, of laat ik
liever zeggen, van gemis en onvolkomenheid, ook in het
letterkundige, het gevolg moet zijn van alle zelf-kennis,
zoo zij van den echten stempel is; het sluit nogtans de
kennis en bewustheid van eigen krachten en verdiensten
uit; maar het bepaalt derzelver waarde, en verhindert,
dat men ze te hoog zich aanrekene. Daar zijn er, ik be-
ken het, die ook van deze zijde zondigen; die zich voor
nietiger keuren, dan zij zijn, en zich onbekwaam achten
ook tot dat gene, 't welk hun met het beste gevolg kan
12