Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
onbedachtheid, door vermetelheid, of door zucht om uit
te blinken misleid, zich waagde waar hij weg noch bodem
kende, en zich zelven geweld aandeed, om in een nieuw
«n schitterender licht zich te vertoonen. Wat bij de
keus van een kostwinning, beroep of anderen werkings-
-kring zoo menigmaal gebeurt, en waaraan het toe te
schrjjven is, dat er zoo vele misplaatste wezens in de
maatschappij gevonden worden: dat men namelijk er minder
naar vraagt, waartoe men door aanleg, geschiktheid, en
door neiging zelfs oorspronkelijk bestemd is; dan door
ijdelheid, winstbejag, of verkeerden raad van anderen zich
leiden laat; dat is helaas! ook niet vreemd in de letter-
kundige wereld; en de bron van dit kwaad is zelf-mis-
kenning; is daarin ook inzonderheid gelegen, dat men niet
zich zelven, maar den heerschenden smaak raadpleegt.
Zoo ras een Schrijver of Dichter opstaat, die opzien
baart, die aller goedkeuring verwerft, wiens naam en
werken het voorwerp zijn van algemeene en luide toejui-
ching, straks meenen allen, vooral ontluikende géniën
zich den eenigen weg te zien aangewezen, waarop roem
voor hen te behalen is; zóó moet men schrijven, zóó moet
men dichten, indien men zóó bewonderd wil worden! Ik
spreek nu niet van het geval, 't welk nogtans menigmaal
plaats heeft, dat de heerschende smaak wansmaak is, gelijk
voorheen die van het sentimenteele, gelijk daarna die der
spook-geschiedenissen, der oproepingen van goede of kwade
geesten, der Duitsche zoogenoemde krachttaal; waarbij
het gaat, als bij de mode in de kleederdragt, die, waar
zij haren schepter zwaait, het wanstaltigste, het manne-
lijke of vrouwelijke schoonheid misvormendste, voor keurig
«n bevallig doet doorgaan, en, terwijl zij het eenvoudig
en natuurlijk schoon voor plat of belagchelijk verklaart,
alles aan hare dwaze grilligheid onderwerpt. Neen! ook