Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
170
betering van het gebrekkige, door aankweeking van het
goede; de vrucht er van zal die der wijsheid en der ware
grootheid zijn!
Dit weinige heb ik gemeend vooraf te moeten zeggen
over den aard en de strekking der spreuk: ken u zeivent
Thans willen wij, haar zedelijk doel ter zijde stellende,
om het verstandelijke en wetenschappelijke bij voorkeur
in aanmerking te nemen, haren inhoud toepassen op de
beoefening der Letterkunde. Ik gevoel dat het woord
Letterkunde een zeer onbepaald denkbeeld uitdrukt. In de
eerste plaats scheiden wij de geleerde Letterkunde daar-
van af^ en beperken ons tot hetgeen men fraaije Letter-
kunde noemt. Maar deze fraaije Letterkunde heeft wederom
hare onderscheiden vakken, dicht-en redekunst; de eerste
heeft hare verschillende dicht-soorten, de andere omvat
den ganschen prosa-stijl, en niet slechts de Eedenaar,
wanneer hij het spreek-gestoelte beklimt, ook ieder deftig
en bondig, elk sierlijk en bevallig Schrijver; hetzij hij
gebeurde zaken te boek stelle; hetzjj hij natuur-tooneelen,
overdenkingen, lessen, bespiegelingen, in gekuischte taal
voordrage, moet voor beoefenaar der redekunst gehouden
worden: want de welsprekendheid, in haren ganschen
omvang genomen, is aan allen gemeen. Maar welk dier
letterkundigen wij ons nu voorstellen, Schrijver of Spreker,
Redenaar of Dichter, in welk soort of deel dier kunsten
hij zijne krachten beproeve, op allen is de les toepasselijk:
kent u zeiven! Kent u zeiven ten aanzien van het vak, dat
gij ter bearbeiding verkiest! Kent u zei ven ten aanzien
der hoogte, waarop gij geplaatst zijt, en die gij nog verder
bereiken kunt!
Ik heb niet gezegd: kent u zeiven, of gij wel in eenig
vak tot eenige hoogte geraken kunt: niet omdat er geene