Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
te Amsterdam gekomen was: en, den knaap onder den
arm nemende, verliet hij snel de kerk en begaf zich weder
naar de herberg, waar hem de herinnering van het ge-
notene niet slechts vergezelde, maar 's nachts tot in den
droom bleef vervolgen. Hij verbeeldde zich namelijk in
zijn slaap, de Heilige Cecilia te zien, die het gelaat der
onbekende had, en orgelkoncerten gaf aan de Engelen.
Lichtende wolken omgaven haar, en ieder van die wolken
kaatste haar beeld en hare harmonyen terug: tot zij
langzamerhand alle tot ijs stolden, dat wegbrokkelde en
onder 't vormen van duizendkleurige prismaas versmolt,
terwijl zij zelve mede allenks in een glinsterenden nevel
scheen weg te dampen, de toonen, welke zij hooren deed,
al flaauwer en flaauwer werden, en geheel hadden gezwe-
gen, toen hij, met een gevoel van afmatting en onbe-
sehrijfelijken weemoed, ontwaakte.
n.
Het was nog vroeg op den daaraanvolgenden morgen,
dat men onze beide jongelieden weder had kunnen ont-
moeten, even als den vorigen dag den weg opgaande naar
de Oude Kerk, doch die thands voorbij wandelende en hunne
schreden richtende naar dat gedeelte van den Voorburgwal,
't welk reeds toen onder den naam van „Fluweelen Burg-
wal" bekend was. Reeds waren zij het Prinsenhof voorbij,
toen zij hun stap begonnen te vertragen en de oudste der
twee huis voor huis aandachtig in oogenschouw te nemen.
Waarschijnlijk schoot hem het spreekwoord te binnen:
,door vragen wordt men wijs," want, op eens stilstaande,
en zich wendende tot een kloek gebouwd burgerman, die
achter hen aankwam, en wiens open en wakker gelaat
hem vertrouwen inboezemde, vroeg hij hem, in zuiver