Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
166
gang met hen vereischt, met ons zeiven verkeeren wij
altijd en overal, en kunnen nooit of nergens ons eigen
gezelschap ontvlieden. Behoort er toe, dat men niet slechts
hunne groote en in het oog loopende verrigtingen gade
sla, maar hen ook bespiede in het geringste dagelijksch
bedrijf, en waar zij door niemand meenen opgemerkt te
zijn; wij zeiven doen immers niets, waarvan wij geen
bewustheid dragen. Komt het hier eindeljjk minder aan
op het beoordeelen van daden dan van bedoelingen, en
liggen deze menigmaal zoo diep in het hart verholen, dat
ook het schranderst oog zich niet vermeten mag, overal
tot dezelve door te dringen; wij zeiven weten toch van
onze handelingen het waarom? en waartoe? en hoe zou
hier ontveinzen of verbloemen te pas kunnen komen?
Zoo zou er dan, naar het schijnt, niets zoo gemakkelijk
zijn, en dat minder overleg of inspanning vordert, dan
zich zeiven te kennen; en voor den ophef der oude
wijsheidspreuk zou men beter ons gemeenzaam gezegde
gezegde in de plaats stellen: elk kent zich zeiven best!
Ik geloof niet, dat iemand mijner Hoorders deze ge-
volgtrekking ligt zal toestemmen, of met den Spreker in
het oude blijspel beweren, dat men de les: ken u zeiven
voor weinig beduidend houden en liever met eene andere
verwisselen moet: leer vooral anderen kennen! Alsof
men anderen kon leeren kennen, zonder van zich zelf te
beginnen! Alsof de ware bron aller menschenkennis niet
lag in onzen eigen boezem, waar wij ze alleen onver-
valscht uit putten en afleiden kunnen. Doch dit ter zijde
gesteld, het is niet genoeg alle hulpmiddelen te bezitten, die
tot eene bondige en volledige kennis van zaken of per-
sonen den weg kunnen banen; van derzei ver aanwending
hangt alles af. Of wat baat den fabrikant het bezit der
beste grondstoffen, zoo het hapert aan derzelver deugde-
lijke bewerking? Het is zoo, er ontbreekt ons niets, om