Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
163
ontwikkelen. Maar, gelijk een goed ruiter een vurig paard
den toom niet achteloos op den nek laat hangen, moeten
wij ook onze waakzaamheid verdubbelen en met ernst ons
gezag handhaven, en haar goed doen gevoelen, dat, zoo
zij wat meer weet, wij echter meer zijn." — „Is daar
kans op, Dominé?" — „Daartoe, lieve vriend! zoude ik
meenen, leiden vele middelen, onder anderen twee, die ik
echter vrees, dat velen niet smaken zullen. Het eene is,
dat men zoo min mogelijk vertooning make met de vor-
deringen zijner kinderen; het tweede, dat men hun, vooral
zoo zij vlug zijn, het leeren niet te gemakkelijk make.
Wanneer een kind ziet, dat voor zoo weinig moeite zoo
magtig veel lof en eer veil zijn, wordt het natuurlijk
door al dien wind verbazend opgeblazen; het meent al
wonder wat te zijn en wonder wat te kunnen, wanneer
het zoo in een wip een paar talen heeft, en nog een boêl
historie en geographie, en ik weet niet wat al; doch als
men wat meer voet bij stuk zet, en den jongen Heer eens
goed rekenschap van de letters laat geven, waaruit zijne
mooije woorden bestaan, dan gaat het hem als een' opge-
blazen zak met erwten, waarin men een gaatje prikt."
„Veel werks in weinig tijds," plagt mijn vader wel te
zeggen, „is thans de manier. Het gevolg hiervan is, dat,
daar het er ook goed uit moet zien, zal het een' kooper
hebben, men op de innerljjke deugdzaamheid zoekt uit te
halen, wat men aan het uiterlijke ten koste legt." Zoo
schijnt het dan nu ook met de opvoeding te zjjn. Onze
onderwijzers wedijveren met onze schrijnwerkers: de eersten
bezorgen ons in een omzien jongelingen en jongedochters
met alle mogelijke wetenschap en deugd, zoo als de laatsten
om een' spotprijs meubelen van mahonyhout — opgeleid
als een vliesie.
(1823)