Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
161
heid geoefend, als een soldaat in den wapenhandel. Het
spreekt nu van zelf, dat zij hunne deugden toonen moeten,
zoo als wij weleer ons schrift, en dat zij dan zeer geprezen
worden. De geheele opvoeding en manier van onderwijs is
voorts daarhenen gerigt, om te pronken en vertooning te
maken. Het is niet genoeg, als Pietje een half dozijn let-
ters kent, dat men het aan grootmoeder en peetoom ver-
telt, op hoop van een secretariskoek of een mooi potstuk
te veroveren. Neen! de kleur van onzen tijd brengt
mede, dat het gedrukt worde. De gansche stad en halve
uren in den omtrek worden, door middel van kaartjes of
programma's, of de Courant, bijeengebragt, om te hooren,
dat Pietje A kan zeggen; en, als hij het nu gelukkig ge-
zegd heeft, wordt het door Mama op een praatsalet ver-
teld, maar Pietje's lof
— verheft de Faam met goddeljjk geluid,
Zoo ver de zee met wentelende baren
Het aardrijk kust en in hare armen sluit;
en een secretariskoek, — ba! — een boekgeschenk; of
wel, den jongen wordt een eerpenning om den hals ge-
hangen, als oudtijds een zeeheld, wanneer hij, voor het
vaderland half lam geschoten, uit zee kwam. Zulk eene
vertooning heet een Examen. Ik laat dit nog ten aanzien
van jongens gelden, die toch min of meer op het tooneel
der wereld moeten verschijnen. Maar hoe men het in zijne
hersens kon krijgen, meisjes die voor den stillen, huisse-
lijken kring bestemd zijn, zoo, met trompet- en bazuinge-
schal, de revue te laten passeren met hare opstellen, tee-
keningen, borduurwerk, enz...." „Ja, dat is zeker raar,"
viel ik hem in de rede: „Ik weet wel, dat, als een Apo-
theker geëxamineerd wordt, hij een en ander geneesmiddel
moet bereiden. Mij dunkt, zoo moest men in die meisjes-
11