Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
159
zigten zoo strak getrokken, als van onze oude school-
matres, wanneer zij naar de kerk gaat. Er was daar dus
geene opheldering te wachten, die ik ook wel merken kon,
dat Mama van hare nufjes niet waagde te vragen. Na
eenige oogenblikken bedenkens hervatte zij: „Nu, de naam
doet er ook niet toe; de meisjes leeren nu zoo vele mooije
dingen, waarvan men in mijn' tijd niet wist; maar het was.
Meester, omdat zij de namen van al de Goden en Godinnen
wist te zeggen, en wie zij waren, waar zij woonden, hoe
zij gekleed gingen, en wat ieder te zeggen had. Meester!
als gij het gehoord hadt, gij zoudt er van verstomd gestaan
hebben." Ik liet moeder naauwelijks uitspreken, en, vree-
zende, dat mij de vogel geheel ontsnappen zou, had ik Kind
al bij den pols, en liet haar de tong uitsteken. Ik had nu
mijne vangst beet; maar noch pols, noch tong, noch wat
ik vroeg of weêrvroeg, kon mij baten; alles was zoo wél,
dat er zelfs voor een onnoozel kopje kamille of een lepeltje
vlierstroop geen schijn te vinden was. Ik was ten einde
raad; doch de radheid van Mama's tong, die mij aan de
patiënte geholpen had, hielp mij ook aan het middel: want,
voortpratende, zeide zij: „Straks is zelfs Jufvrouw P. hier
geweest, om haar te feliciteren, en dat is de knapste van
de school." Dit woord was er naauwelijks uit, of Kind borst
uit in tranen, en eene der anderen werd zoo rood als het
vest van den ouden Koetsier van onzen Ambachtsheer, smeet
haar werk op tafel, en zeide: „Met uwe permissie, Mama!
wie zegt dat? Truitje P. de knapste! Mevrouw St. Leger
weet wel, wie Schoolopziener is, en daar wandelt de eerste
prijs heen. Neen! Lotje (op Kind wijzende) kwam de eerste
prijs toe; dat zeggen allen uit één mond." Ik merkte dui-
delijk, dat de gemoederen in beweging waren geweest; en
dit gaf mij een medicinaal regt, om een bedarend zenuw-
drankje voor te schrijven. Gezegd hebbende, dat ik dit
bezorgen zou, trok ik op: latende Mama met hare bemin-