Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
158
een gelaat, hetwelk eene compagnie soldaten tot staan zoude
gebragt hebben, de teekening zoo onbesuisd van de tafel,
dat zij tegen een zeer vol geschonken kopje stiet, en er
eene rivier over de tafel stroomde. „Kind! wat doet gij mij
daar?" zeide Mama hierop; doch kreeg vrij bits ten ant-
woord: „Wat doet gij de kopjes ook zoo onfatsoenlijk vol
te schenken?" Het wijze ventje zeide toen: „Wil ik ome
Trui bellen, dat zij uit ome keuken omen vaatdoek brengt,
om onze tafel af te vegen?" Ik merkte, dat de herhaling
van dit onze regt geestig gevonden werd, en begreep nu,
dat Mama het bij de Dames, eenige oogenblikken te voren,
verkorven had, met van ome Keetje te praten.
Ik was intusschen, door al dat rumoer, ten eenemaal uit
het veld geslagen. Mijne zinnen waren geheel op een'pa-
tiënt gevestigd, en, er geen vindende, vond ik mij zoo leeg
als een boer, die zonder geld hij zijn' Landheer komt. Spoe-
dig werd ik echter uit mijnen nood gered, daar Mama, zich
tot de grootste uit den hoop wendende, zeide: „Kind, ver-
tel nu eens goed aan Meester, wat u schort." Kind scheen
daartoe geen lust te hebben, en, na eene poos heen en weêr
op haar' stoel te hebben geschoven, kwam er eindelijk, op
een' knorrigen toon, uit: „Och, Mama, 'tis aiover." Dit
woord sloeg mij dood; doch Mama, begrijpende, dat, waar
een Meester is, ook een patiënt moet wezen, hervatte ter-
stond: „Ja Meester! zij wil 't nu niet weten; maar zij
werd straks zoo wonderlijk en zoo bleek, dat wij allen
meenden, dat zij flaauw zou vallen. Zij zit ook altijd te
pruilen en te zuchten, en ik weet waarlijk niet, waarom;
zij heeft zoo veel reden van tevredenheid: want denk eens.
Meester! zij heeft verleden week op de Fransche school
bij Mamsel St. Leger den prijs gekregen van....." Hier
stond Mama, met de breinaald aan den neus; maar kon het
er niet uit krijgen, waarin eigenlijk Kind den prijs behaald
had. Op het hooren van het woord Mamsel waren alle de ge-