Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
ingenomen met hetgeen hij hoorde, om door het maken
van eenige beweging iemands aandacht te willen stooren.
Toen echter het stuk was afgespeeld, diende hem het
toeval: de juffer keerde zich met haar geleider om, en
naauwelijks had hij haar gelaat aanschouwd, of hij vergaf
het aan de Amsterdamsche jongelingschap, zoo deze een
blik van hare blaauwe oogen en een lachjen om haar wel-
gevormden mond ook zelfs boven een koncert van Swe-
linck stelde. De muzyk begon op nieuw; doch nu nam
onze jongeling zijn stelling zoodanig, dat hij te gelijk
luisteren en de onbekende schoone in 't gelaat kon zien:
zoodat bij hem oor en oog te gelijk gestreeld konden
■worden: weldra was het hem, alsof de dubbele indruk,
welken hij op die wijze ontfing, tot een enkelen te samen
smolt: 'twas hem, als of de orgeltoonen, die de gewelven
doorklonken, hem hare schoonheid afschilderden, en of er
uit hare oogen liefeljjke melodyen hem tegenruischten:
een tot dien tijd onbekend gevoel vervulde hem: genie-
tingen, die geene pen beschrijven kan, doorstroomden zijn
ziel: als op lichte vleugels zweefde zijn geest door sfeeren
van hemelsche weelde en verrukking: en nog luisterde
hij, nog staarde hij voor zich heen, toen de toonen der
muzyk vervlogen, en de plotselinge beweging, het luid-
ruchtig gedrang der schare, die zich naar de kerkdeuren
spoedde, hem verkondigden, dat het koncert was afge-
loopen.
De bekoorlijke verschijning was verdwenen: nog even
meende hij de blonde lokken, welke hem 't eerst zijn aan-
dacht op de schoone onbekende hadden doen vestigen, in
de verte te bespeuren; en zijn eerste beweging was, zich
dien weg heen te wenden; doch weldra bracht de stem
der koele reden de opwelling van 'tgemoed tot zwijgen:
hij bedacht, wat hij aan zijn kweekeling verschuldigd
"was: hij bedacht, dat hij voor dezen, niet voor zich zeiven,