Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
UIT MEESTER MA AETEN VROEG.
(Fragmenten)
van
VOSMAER.
1.
Ik heb wel eens hooren zeggen dat men in de spelen
van het kind de ruwe schets ziet van het mannelijk leven,
gedurende de jongelingsjaren meer en meer uitgewerkt.
Maar, hoe schoon en krachtig eindelijk het beeld moge
worden, wij roepen ons die eerste schets altijd, met het
levendigst welgevallen voor den geest. Het is mij ook zoo
gegaan. De grond van mijnen geheelen levensloop was
wandelen. Maar die wandelingen kregen hoe langer hoe
hooger beteekenis. Eerst wandelde ik met vader de stad
rond, geduldig zijn rad draaijende. Vervolgens liep ik, met
mijne scheermessen in den zak, de klanten van mijnen
meester rond, om hunne baarden in orde te houden. Ik
rekende mij toen zoo verre boven mijnen vorigen stand
verheven, als het verhevener is, het scheermes over de kin
van een redelijk wezen, van een' Professor of een' Burge-
meester te voeren, dan hetzelve op een' stommen steen te
slijpen. Evenwel ik hunkerde naar den tijd, dat ik de