Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
148
eigenen stijl; aan vier regels kent gij hem. Van waar
dit verschijnsel? Verscheidenheid in de eenheid is de
groote wet door geheel de natuur. Onder de ontelbare
millioenen bladeren, welke elke lente laat groeijen, be-
staan er geen twee, die elkander volkomen gelijken. Er
zijn onder de ontelbare menschengeslachten geene twee
aangezigten, die elkander in alles gelijken; nogthans be-
staan zij uit dezelfde deelen. Deze verscheidenheid nu
heerscht ook in onze karakters en wijzen van zien. Ieder
gevoelt de waarheid en de schoonheid iets anders dan
zijn natuurgenoot. Het is dezelfde waarheid, dezelfde
schoonheid, maar erkend en gesmaakt met gewaarwor-
dingen, die naar ieders bijzonder karakter eenigszins ge-
wijzigd zijn. Wanneer vier uitmuntende schilders het zelfde
meisje schilderen, zullen die vier pourtraiten u de vol-
komene gelijkheid van haar wedergeven; maar het licht,
het koloriet, de gansche toon zal in allen verschillen. Zij
hebben wel het zelfde beeld gezien, maar de uitwerking,
welke het op hunne ziel oefende, was verschillende, en
deze verschillen heeft ieder door zijn penceel teruggegeven.
Zoo doen ook de goede schrijvers. Om dat zij zich onge-
dwongen, juist zoo als zij zijn, op het papier kunnen uit-
storten, vertoont hun stijl in zijne kleur en geheelen gang
die schakeringen van hun gevoel, waardoor zjj van eiken
anderen schrijver onderscheiden zijn.
Ook zult gij aan ieder voorwerp en denkbeeld zijnen
waren eisch dan eerst geven, wanneer gij u in geene
bogten behoeft te wringen om de ware uitdrukking te
vinden, en al wringende in de onnatuurlijkste en wan-
staltigste vormen uwer gedachten valt. Wansmaak is zeker
de hoofdgrond van dit gebrek; maar onkunde der taal, en
gevolgelijke nooddwang om naar de juiste uitdrukking als
de blinde rond te tasten, vergrooten het tot walgens toe.
Behalve dat ieder karakter zijne schakeringen heeft, ligt