Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
de aandacht boeijen zal. Onmiddellijk aan het denkbeeld
ontsprongen, zal elk ander gezocht of lang beduimeld
woord den maagdom missen, waardoor dit zich aanbeveelt.
Deze duidelijke bevatting zal u voor een gebrek boven-
dien hoeden, hetwelk den stijl van hooge staatsmannen
zeiven somtijds ontsiert. Zij laten namelijk vele volzinnen
in elkander vloeijen. Wanneer men hen begint te lezen,
is dikwerf de zin niet volkomen uit voor dat men één
of twee bladzijden ten einde is. Zulk een stjjl, M. H. heeft
veel van de Neurenberger doosjes, die bij dozijnen in
elkander zitten. Die er het laatste van wil hebben moet
ze allen openen, en bij slot van rekening zit er nog dik-
werf niets in. De reden dezer wijze van voorstelling is
de duisterheid der denkbeelden van den schrijver. Indien
hij zijne denkbeelden goed onderscheiden en van elkander
geseheiden had, alsdan zouden zijne volzinnen ook [scherp
van elkander gescheiden zijn geweest, en geen anderen
band gekend hebben, dan waardoor ze als deelen derzelfde
reden tot het leveren van hetzelfde bewijs vereenigd zijn.
In het algemeen kan ik u den raad geven, om niet meer
dan één denkbeeld in eiken volzin te brengen.
Ik zeide u straks. Mijne Heeren, dal nevens het denk-
beeld het woord geboren wordt, [want wij denken zelfs in
het woord], en dat gij het eerste woord, hetwelk de gedachte
bij u verwekte, als het prilste en schilderachtigste, als het
beste volgen moest. Doch zulks was in de onderstelling,
dat gij de taal meester zijt. Er zijn zeer onderscheiden&
trappen in de waarheid en kracht der taal om het denk-
beeld met de eigene kleuren, met welke het voor uwen
geest zweeft, aan anderen overtegeven. Wanneer gij eerst
begint uwe gedachten op het papier te brengen, zijt gij
dikwerf niet voldaan over de woorden; zij drukken niet
volkomen uit, wat gij bedoeld hebt: met één woord, gij
gevoelt meer, dan gij zeggen of schrijven kunt. Gij spreekt