Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
142

eigen persoon; door die alleenspraak, om mjj zoo eens
uit te drukken, heeft de man de geheele vergadering
verveeld. Maar toen hij een persoon voor zich zag, aan
wien hij zich mededeelen wilde, rigtte hij, onwillekeurig
en zonder het zelf te bedoelen, zijne woorden en gebaarden
in met het doel, om zijne denkbeelden op de duidelijkste,
natuurlijkste en eigenaardigste wijze aan zjjnen natuur-
genoot kenbaar te maken. En deze aanmerking, M. H.
kan ik u nog door een ander voorbeeld bevestigen. Het
is bekend en erkend, dat de vrouwen uitmunten door
haren brievenstijl. De brieven der uitmuntendste mannen
schieten bij die der vrouwen in levendigheid, natuurlijkheid,
duidelijkheid, gemakkelijkheid verre te kort. De reden is, dat
de meeste mannen ingekeerd tot zich zeiven meer of minder
op hunne brieven studeren, waardoor hun stijl afgetrokken
en stroef wordt, terwijl de gezelschapzoeter vrouwen
schrijven zonder zich een oogenblik te bedenken, even of
zij tot dengene, aan wien zij schrijven, spraken. Door
dien gezclschapstoon zetten zij haren stijl al dat wegsle-
pende bij, waarvoor de brievenstijl, als een kout met
zijnen vriend, zoo bij uitnemendheid berekend is.
Maar dan, zult gij zeggen M. H. was het maar best,
dat men altijd daar maar henen schreef, zoo als de denk-
beelden in ons opkomen! Wat zoo goed in den brieven-
stijl is, zal wel niet kwaad in de andere soorten van stijl
zijn. Daar wilde ik u juist henen leiden, M. H. Na aftrek
van den gemeenzamen toon, die den brief zoo bijzonder
kenmerkt, zult gij u altijd in het schrijven daarbij het
best bevinden, dat gij u iemand voor oogen stelt, wien
gij iets beduiden wilt, en dat gij dan door uwe pen de
gedachten onmiddelijk uit uwe ziel op het papier laat
vloeijen. Hoe langer gjj naderhand dan nog op het ge-
schrevene omwerkt, en hoe meer nagels gjj er op stuk
bijt, om het regt mooi te maken, hoe leelijker uw stijl