Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
Ik heb geen oogmerk om u met lange voorbereidsels
bezig te houden; liever wilde ik u al doende het aller-
noodzakelijkste leeren, dan door uitgebreide en veelzijdige
beschouwingen over de eigenschappen van eenen goeden
stijl ophouden. Maar ik dien u toch in ruwe omtrekken
vooraf te zeggen, wat stijl eigenlijk z|j, en wat er de
voornaamste eigenschappen van uitmake.
Ieder woord heeft twee beteekenissen; eene eigenlijke
of grondbeteekenis; en eene andere, die in het gebruik
geldt. De eigenlijke beteekenis van het woord stijl is deze.
De Romeinen schreven in was met eene metalen punt,
en die punt, die hun dus voor penne gold, noemden zij
stilus. Gelijk wij nu van eenen auteur, die eenen goeden
schrijftrant heeft, zeggen, dat zijne pen wel versneden is,
zoo spraken de Romeinen in den zelfden zin van eenen
goeden of kwaden stilus. In die laatste beteekenis, M. H.
hebben de tegenwoordige volken van Europa het woord
stilus van de Romeinen overgenomen, gelijk gij duidelijk
hoort in het Fransche stile, ons stijl, het Italiaansche stilo,
en zoo vervolgens. De stijl is dus de wijze, de trant, waarop
iemand zich in het spreken of schrijven uitdrukt. En dewijl
alle kunsten zoo vele middelen voor den mensch zijn, om
zijn gevoel of denkbeeld langs verschillende wegen uit
te drukken, is die beteekenis ook tot schilder-, beeldhouw-
en bouwkunst overgegaan. Men schildert in den stijl van
Rembrand, men beitelt beelden in den stijl van Michel
Angelo, en men bouwt een Paleis in den stijl van Corinthe,
even zoo goed als men schrijft in den stijl van Schiller,
Segur of Hooft.
De stijl, met welken wij te doen hebben, is de ken-
merkende trant, waarop de mensch zich in het spreken
of schrijven uitdrukt. In het spreke, zegge ik, vooreerst.
Wij spreken door woorden, en woorden zijn zoo vele be-
werktuigde klanken, waardoor de mensch zich aan zijnen