Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
overrok, rijk met passementen vercierd en met tressen
samengestrikt, had reeds menigen voorbijganger naar hem
doen omkijken; ofschoon die uitheemsche kleederdracht,
in een tijd, toen Amsterdam, als markt en voorraadschuur
van Europa, gedurig duizenden vreemdelingen uit alle
waereldstreken in zijn muren zag, geenszins die uitwerking
maakte, welke thands, nu de kleederdracht bij alle be-
schaafde volkeren dezelfde is, te Amsterdam wordt opge-
wekt ten koste, en dikwijls tot grooten last, van hem, die
zich met een maar eenigzins ongewoon kleedingstuk op
de openbare straat vertoont. De medgezel van den jongen
Pool scheen een tiental jaren ouder en zijn gewaad on-
derscheidde zich niet van de gewone kleeding der jonge-
lieden van deftigen stand: zijn voorkomen en manieren
waren beschaafd en innemend; doch zijn hoog voorhoofd
en donkere oogen kenschetsten meer ernst dan aan zijn
leeftijd eigen scheen; en uit de wijze, waarop hjj tegen
zijn jongeren medgezel sprak en zich gedroeg, kon men
al spoedig opmaken, dat hij een soort van gezach over
hem uitoefende, gelijk hij dan ook in de daad zijn zede-
meester, of — als men 't nu met een uitheemsch woord
uitdrukt — zijn gouverneur was.
Toen zij de kerk binnentraden, was deze reeds gevuld
met bezoekers, en ruischten er de toonen, welke meester
Dirk Swelinck, de waardige opvolger zijns onsterfelijken
vaders, aan het orgel ontlokte, krachtig en liefelijk door
de gewelven. Het was geen onaardig schouwspel, die kloeke
Amsterdammers, meestal jongelieden van deftigen huize,
met hun moeders, vrouwen, of zusters, hier vergaderd
te zien, sommigen in groepen bijeen, anderen meer afge-
zonderd, deze langzaam op en neder wandelende, gene op
stoelen of in de kerkbanken gezeten. Maar ofschoon velen,
door de aandacht, welke zij aan het spel verleenden, blij-
ken gaven van hun ingenomenheid met de edele toonkunst.