Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
te droomen. De stijl zal de mensch zijn; dat is, de geheele
mensch. Bij dezen staat het verstand, bij genen het gevoel,
bij een' derde het hart op den voorgrond. Maar nergens
staat eene enkele kracht der ziel op zich zelve: zij
vereenigt of tracht zich althans met hare andere vermogens
tot een harmonisch geheel te vereenigen. Zoo zal in den
stijl des eenen schrijvers het verstand, van den ander het
gemoed, van den derden het gevoel spreken, maar niet
buiten hun verband met de andere krachten zijner ziel;
want in zijn schrijven moet hij geheel zijn wezen terugge-
ven, en daarom zal hij niet in opgewondene oogenblikken,
maar in kalmte, wanneer de bewustheid van zijn geheel
bestaan voor hem het levendigst is, de pen opvatten.
Maar velen zullen zich schamen, zich zelve voor te
stellen: veler leven is nimmer regt harmonisch; veler
gemoed is in strijd met het masker, dat zij voorhangen.
Het oude oratorem honmn esse virum oportet zal ook
op den Schrijver van toepassing worden en zjjn stijl zal
niet beter wezen dan hij zelf is. Het doel van het schrij-
ven zal mededeeling der gedachten worden, en daartoe
zal de schrijver al den rijkdom zijner taal, den aard en
de behoeften van zijn volk kennen; het leven der natie
zal hij in zich opnemen, opdat hij te zekerder op zijne
tijdgenooten werke. Maar de taal van het dagelijksch
leven is achterlijk, is te bekrompen voor de gedachten
des schrijvers: daarom zal ook het dagelijksch verkeer
zich tot een' hoogeren van beschaving moeten ontwikkelen.
Het zal geene les van wellevendheid meer moeten zijn,
niet al te diep in een onderwerp in te "dringen, of anderen
als te hoog uit het gesprek buiten te sluiten. De beschaafde
wereld zal opgevoerd moeten worden tot belangstelling in
de zaak der wetenschap en kunst, en zal hare taal en
uitdrukking in het gezellig verkeer onophoudelijk trachten
te verrijken en te zuiveren.