Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
anderen, te beslissen, of hij zich naar waarheid getoond,
of onder een valse hen schijn verborgen hebbe.
Is het natuurlijk, dat de stijl de mensch zjj? De zuster
van het schrift is de spraak, en de mensch, die spreekt
zoo als hij niet is, wat doet hij anders, dan alle mede-
deeling bederven en vernietigen: de mensch, die anders
spreekt dan zjjn karakter is, hij doet u vermoeden, dat
hij valsch is en booze oogmerken heeft; of hij bootst een'
ander uit spotternjj of uit bewondering na. Is het wen-
schelijk, dat de stijl de mensch zij ? Er is niets, dat aan
het dagelijksch verkeer meer bevalligheid bijzet, dan het
verschil van karakter, dat zich in de wijze van spreken
openbaart; er is niets vervelenders te denken, dan de een-
toonigheid eener gelijke wjjze van spreken in verschillende
personen. Zeggen wij meer: de stijl, de spraak helpt de
gedachten. „Eene gedachte zonder woorden is niets:
„met woorden hebt gij leeren denken van uwe wieg af en
„met woorden denkt gij en volmaakt gij u voortdurend."
Eene gedachte vervult uwen geest: maar nóg is zij u niet
helder, nóg heeft zij niet al hare rijpheid. Gij bespreekt
haar met uwen vriend. Indien deze uwen gedachtengang,
uwe woorden, uwe vormen overnam: gij zoudt niets vor-
deren. Maar hij heeft zjjne wijze van uw denkbeeld op te
vatten, hij bespreekt het met zich zeiven (want wat is
denken anders?) in zijne vormen, hij geeft het u weder
in zijne taal. Is er krachtiger middel tot ontwikkeling
denkbaar? Is het geen gouden droom voor de wetenschap,
dat de zelfstandigheid van het spreken ook op het schrijven
overging? Nogmaals herhalen wij zonder aarzeling te stel-
len: de werken, welke wezenlijk de wetenschap hebben
vooruitgebragt, vertoonden ook in hunnen stijl de eigenaar-
dige trekken van het karakter en het genie des schrijvers.
Wij danken den Hoogleeraar voor den schoonen droom
en hij vergunne ons het genot van op onze wijze voort