Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
131
■uit welke oorzaak die en die menschen in die omstandig-
heden overtuigd en bewogen werden? Wilden zij van
hunnen tijd zijn, dan moest zich ook de geest van dien
tijd en de wijze, waarop die zich vertoonde, in hunne
Werken afspiegelen, en allermoeijelijkst zal men in hunne
schriften kunnen bepalen, waar hunne individualiteit zich
schikte en boog onder den geest hunner eeuw, en waar zij
met kracht op de tijdgenooten werkte en nieuwe vormen
oorspronkelijk in het leven riep. — De tessera van Napoleon,
voor den slag der Pyramiden, is, zoo als de heer Geel
allergeestigst ontwikkelt, volstrekte onzin. En echter, de
lofspraken der Franschen bevestigen, hoe zeer die bom-
bast naar hunnen smaak was. Zoo was hier de stijl veeleer
de natie, dan het individu. Nelson's: „England expects
that every man wilt do his duty" en Cornelis Tromp's:
„Mannen! het zal waarachtig wel gaan'^ bewijzen, onzes
inziens, meer, dat die helden de mannen kenden, die zij
aanvoerden, of wilt gij liever, dat hun geest met dien
hunner krijgsmakkers, hunner landgenooten sympathiseerde,
liet is waar, de wijze, waarop wij onderwezen en opgevoed
zijn, de menschen, onder welke wij verkeeren, de betrek-
king, waarin wij geplaatst zijn, dragen tot de ontwikkeling
van ieders bijzonder karakter bij, en behoudens het karak-
teristieke van den mensch kan en mag het karakteristieke
van de natie in den stijl zigtbaar blijven. Behoudens het
karakteristieke van den mensch; want ieder heeft zijn'
lievelingsschrijver, ofschoon deze in een' anderen tijd en
onder een ander volk leefde: ieder groot Schrijver heeft
zjjn voorbeeld, waaraan hij veel verpligt is; en deze over-
eenkomst, die onafhankelijk is van eeuw en natie, voert
ons weder terug tot iets innerlijks in den mensch, tot de
bron zijner gedachten en gewaarwordingen, en laat zich
niet verklaren dan uit de onderstelling, dat ook het karakter
van den mensch in den stijl des Schrijvers bemind en