Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
dit niet; om het als een verdienste te laten gelden; maar
eenvoudig omdat gij, naar mijn begrip, recht hebt, te
weten, waaraan gij, u ten opzichte van hetgeen ik u me-
dedeel te houden hebt.
Het waa op een avond in de maand Augustus 1637,
dat twee vreemdelingen, die hun intrek hadden genomen
in de toenmalige Oude Stads Herberg te Amsterdam, aan
den IJkant gelegen, zich, op de aanbeveling, hun door
den waard gedaan, naar de Oude Kerk begaven, om aldaar
het orgelspel van meester Dirk Swelinck te hooren. Het
was in dien tijd en nog tot aan het einde dier eeuw de
gewoonte, dat alle avonden het kleine orgel in die kerk
tot genoegen der wandelaars bespeeld werd. De openbare
vermakelijkheden, welke Amsterdam in die dagen aanbood,
waren nog weinig in getal: de meeste lieden hadden het, gelijk
zulks het geval pleegt te zijn in steden, waar zich door
handel en nijverheid een buitengewone welvaart ontwik-
kelt, veel te druk, om vermaken na te jagen: van het
bezoeken van den schouwburg werden velen door gods-
dienstige bezwaren teruggehouden; van andere koncerten
wist men nog niet: het hier aangebodene was het eenige
en had nog bovendien het voorrecht, dat het, door de
plaats waar het gegeven werd, en door den aart der stukken,
die gespeeld werden, ten deele althands in overeenstemming
was met den ernstigen zin der natie: geen wonder dus,
dat het doorgaands een vrij talrijke menigte bezoekers uit-
lokte, ja een soort van vereenigingspunt vormde, waar men
heen gedreven werd, 't zij uit liefde tot de toonkunst, 't zij
omdat men vrij zeker was, er een menigte kennissen te
ontmoeten.
Wat de beide vreemdelingen betreft, die, zoo als ik zeide,
door hunnen waard daarheen werden gestuurd, de jongste
hunner was nog een knaap, en telde oogenschijnlijk niet
veel meer dan zesden of zeventien jaren: zijn Poolsche