Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
heid, martelt hen dikwijls, wanneer de taal niet gedwee iS;
en de voorraad van gelijke klanken zich niet wil schikken
in het denkbeeld, dat uitgewerkt wordt. Maar, wat zij ons
als zoo moeijelijk, zoo belemmerend voorhouden, zou daarin
niet bij sommigen oen geheim huismiddel hunner kunst
gelegen zijn? Zij hadden den draad eener gedachte gevolgd —
daar komt een ongelukkige eindklank, en de woorden, die
daarmede zamenklinken, passen in allerlei gedachten, be-
halve in die welke zij nu vervolgden! Zij snijden dien draad
voor een oogenblik door, en vlechten er het toevallig ge-
vondene in: er komen aldus wel knoopen in den draad —
maar het is toch een geheel. Hoe veel stoute en onver-
wachte wendingen zijn zij aan dit hulpmiddel niet ver-
schuldigd! IF?^', daarentegen, moeten het rijm vermijden,
en daarom juist staat het ons, door ik weet niet welke
geheime tegenwerking, zoo dikwijls in den weg. Het moet
verschoven worden, en een ander woord van verschillenden
klank moet in de plaats komen, zonder dat wij de reeks
onzer gedachten afbreken. Zouden dit vermijden en dat
zoeken in moeijelijkheid niet tegen elkander opwegen?
Hunne voeten — die heeft ons Proza ook, en terwijl
zij overdragtelijk zeggen dat hunne voeten staan en ican-
delen, kunnen wij eveneens beweren dat ons Proza staat
en loandelt. Maar dat kunstige zamenstel hunner voeten,
die liefelijke afwisseling van kort en lang, dat streelend
geluid van beurtelings hoog en laag, dat getoover met
woorden, wanneer telkens eene gedachte in hetzelfde getal
lettergrepen besloten is: de versmaten en, in sommige
dichtsoorten, derzelver verscheidenheid — wanneer het
zintuig der oogen te gelijk bekoord wordt, en de verzen
een, twee of drie vingerbreed langer zijn, het eene dan
het andere — is er iets dat hierbij haalt, in het Proza,
dat, naar zijne beteekenis, slecht en recht daarheen gaat,
omdat het ongebonden is? — Wachten wij ons deze on-