Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
den akkerman vernielt ? Waarom anders is de staatsman, van
de oude Poëzij tot op onze dagen toe, altijd een stuurman,
die het roer houdt, en zijn hulk door brandingen en klip-
pen naar behouden haven stuurt ? Of zijn die beelden, door
lang gebruik, onmisbare bestanddeelen der poëtische taal
geworden? evenzeer als, wanneer ik van een bruischend
geweld spreek, en U, naar verkiezing, daarbij aan eenen
stroom, aan een waterval, of aan een ziedend vocht doe
denken? Dan zal men ten minste toestemmen dat de poë-
tische taal omslagtig wordt. Zijn het beelden in den ouden
zin, dan vergunne men mjj, zoo dikwijls ik ze zie terug-
komen, niet uit te roepen: welkom oude vrietiden! maar
in stilte te zuchten: ach, zijt gij daar alweêr!
Is deze beschouwing welligt oppervlakkig en eenzijdig?
De natuur is immers niet het eenigste beeldenmagazijn
van den Dichter. Hoe vele gedachten wekken kunst en
wetenschap en beschaving niet op! O, zoo dit alles som-
tijds iets aanlokkends heeft, indien het al één enkelen
keer de snaar des innerlijken gevoels kan doen trillen —
de Dichter zij evenwel voorzigtig met die werktuigen:
want de voorraad van bruikbare stoffe is schaarscher dan
het schijnt, en er is zoo groot een afstand tusschen de
beschaving der heldentijden en die van onze eeuw! In
dat gevaarvol oogenblik, toen de Grieken, op het strand,
binnen hunne verschansingen teruggedreven waren, en
Hector met zijne Trojanen hen benaauwde, toen (zegt Ho-
merus) spoorde Ajax zijne helden aan tot den laatsten
strijd — overal was hij tegenwoordig, en hij sprong van
het eene schip op het andere, even als een man die, er-
varen in het rijden, zich vier paarden uit vele kiest, en
daarmede uit het veld naar de stad rent, langs den grooten
weg: mannen en vrouwen staren hem na met verwonde-
ring, terwijl hjj, onder die snelle beweging, gedurig van
het eene paard op het andere springt. — Leest het bij