Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
schrijven kan; ons doet genieten, maar niet bevredigt, en,
in haar hoogste volkomenheid, de ziel aandoet door een
duister en dweepend besef eener hoogere behoefte. Sedert
dien tijd gaat de Poëzij veelal onvergezeld en gescheiden
van hare zuster; maar de Dichters blijven hun werk ge-
zangen noemen; velen van hen zeggen ons, bij hunnen
aanhef, dat zij de luit aanvatten, dat zij de harp bespelen,
dat zjj de snaren zullen doen ruischen — en evenwel spelen
en zingen en ruischen zij niet. Maar deze belofte is een
beeldspraak, eene onwillekeurige bekentenis van hetgeen
hunne kunst moest wezen. Zingende riep Homerus uit:
Zing, Muse, den toom van Achilles! Onze Dichters heffen
aan: Ik zing den held. Maar het is onwaar; zij moesten
aanheffen: Ik schrijf, of, ik spreek in kadans van den held!
Doch ziet hoe groot eene kracht de natuur heeft, dat zjj
den mensch, die in zijn maatschappelijken toestand zoo
ligt van haar afdwaalt, telkens wederom tot zich trekt! In
alle volgende eeuwen heeft men dat dichttalent, die eigen-
schap van den natuurmensch, behouden en met ijver en
vlijt aangekweekt. — Wanneer verstand en rede verfijnd
waren, en zich met het opsporen van oorzaken en het be-
rekenen van gevolgen bezig hielden, dan waren er nog
altyd die zich aan een eersten indruk leerden over te
geven, en hunne gewaarwordingen ontboezemden op eene
wijs, die men hun benijdde. Wanneer het verstand een
bedaarden gang had, en het menschelijk genie het karakter
droeg van een rijpen leeftijd, dan bleven er toch steeds
die de jeugd in aandenken hielden, en huppelden met het
kind. Wanneer het ongelukkige menschdom terugging, en
vroegere wijsheid en beschaving vergat; wanneer men over
geschiedenis en wetenschap boeken schreef, die wij nu
nog lezen, maar niet om den stijl, dan bleven er toch
altijd over die zich in verzen verre boven den lagen
stand hunner eeuw verhieven, en thans nog velen in ver-