Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
Socmtes! Het staat u goed, altijd van uwen Homerus te
spreken, die geen enkele letter van zijn lange gedichten
opgeschreven heeft!
— Waar staat dat, Melissus? — Wel, ik heb het hooren
zeggen, — Hooren zeggen! — Nu goed, ging Melissus
voort, indien dat niet bewezen kan worden, weet gij ten
minste niet, dat Silvio Pellico zelf verhaalt, dat hij, in
zijne gevangenis, honderden van verzen maakte, en toch
niets had om ze te kunnen opschrijven? — En heeft hij
ze onthouden? — Wel zeker, van woord tot woord. —
Dat is zonderling, Melissus! zeide ik: men zegt anders
dat de Improvisatori, wanneer hun vlugt gedaan heeft,
bijna niets weten van hetgeen zjj ontboezemd hebben. Hebt
gij ooit eene improvisatie gehoord? — Wel zeker! het was
goddeljjk: est Deus in nobis! Dat is de ware poëzij: het
is een stroom van gevoel, die alles medesleept. — Zeer
goed, Melissus! hebt gij er ooit eene opgeschreven en
nabij bekeken ? — Neen! daar ging het te gaauw toe. De
beelden snellen elkander achterna: en de toehoorder merkt
.slechts den schoenen loop op, die als een lichtstraal voort-
schiet, of in zich zeiven terugkeert. —AVeet gij. Melissus!
vroeg ik, waaraan gij mij denken doet? — Wel nu? —
Wanneer men een of ander voorwerp, waar een weinig
glans aan is, b. v. een sleutel, een koperen dekseltje,
aan een touw bindt, met een luts aan het eind, en wanneer
men den vinger door die luts steekt, en het touw snel rond-
draait, dan maakt dat sneldraaijende voorwerp een cirkel
van glans, die het oog streelt. Is dat de improvisatie? —
Dat is eene ellendige vergelijking! — Nu goed, Melissus!
maar Silvio Pellico onthield zijne verzen? — Ja. — Dus
was het geen improvisatie? — Eigenlijk niet. —Dus ging
het langzamer dan eene improvisatie? — Nu, dat spreekt
van zelf. — En waarmede vulde Silvio Pellico den tijd
aan, die er overschoot, omdat hel langzamer ging? Irn-
J