Boekgegevens
Titel: Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Auteur: Bosch, J.H. van den
Uitgave: Utrecht: H. Honig, 1896
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-239
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202619
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Bloemlezingen (vorm), Leermiddelen (vorm), Bellettrie (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Prozastukken voor de hoogste klassen van 't gymnasium
Vorige scan Volgende scanScanned page
slacht overgeleverd te worden, antwoordde Melissus. —
Gij kunt het niet weten, zeide ik: zoo gij slechts een
kalme houding aanneemt. Meent gij, dat de oude lieden,
die over den muur van Troije zaten te kijken naar het
leger van de Grieken, ook zoo bevreesd waren, dat de
wandelaars hen zien zouden; en denkt gij, dat Socrates,
die^ zoo lang als hij was, in het gras lag......— Dat
waren ook andere tijden en andere gebruiken, viel
Melissus mij in de rede: misschien zijn ook hier, 250
jaren geleden, de zeden eenvoudiger geweest. Thans
zou niemand u gelooven, indien gij te boek schreeft, dat
wij hier hadden zitten te keuvelen, en op de grasvelden
en tuinhuisjes te kijken. Men zou zeggen: dat is een
verdichtsel, en hij heeft tegen het costuum gezondigd. —
Dat zien wij wel meer gebeuren, mijn lieve Melissus!
antwoordde ik, wanneer de verbeelding de wetenschap
vooruit- ef voorbijloopt. Ik bewonder altijd de schrijvers,
die een verdicht verhaal zoo juist passen in den tijd, waarin
het verhaalde door hen geplaatst wordt. — Dat gedeelte
der fraaije letteren, zeide Melissus, staat tegenwoordig op
een veel grootere hoogte dan te voren. Er moet ge-
reisd worden, om het land te leeren kennen, waar het
geval gebeurd is, dat men verhalen wil: men moet de
zeden van het volk bestuderen: en wanneer het verhaal
naar verloopen eeuwen teruggeschoven wordt, dan zijn
de moeite en de arbeid nog veel grooter. Oude kronijken
en geschiedenissen moeten naauwkeurig gelezen worden:
flaauwe wenken, terloops gemaakte aanmerkingen ge-
zocht en opgeteekend, om ze te zamen te stellen, en aldus
zich eenig denkbeeld te maken van het volksleven, zonder
kennis waarvan het verhaal gevaar loopt van in de lucht
te hangen, of zich hier of daar tegen te spreken en on-
natuurlijk te worden. TJit dit oogpunt beschouwd, heeft
het verdichte verhaal in der daad eene historische waarde^