Boekgegevens
Titel: Een bloemkorfje: leesboek voor de middel- en hoogere klassen der lagere school
Deel: No. 2
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1914 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202609
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een bloemkorfje: leesboek voor de middel- en hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
den winter slapend doorbrengt en van October tot April
niet bij de broodkast belioeft te gaan, zou zij een slechte
huishoudster zijn, als zij voorraad verzamelde, om dien
te laten bederven. Waar is het echter, wat van de vlijt
der mieren verteld wordt, en niet alleen kan een luiaard
tot haar gaan om van haar te leeren, maar ook een
vlijtige mag wel in een ledig uurtje zich met haar doen
vermaken, en haar tot voorbeeld nemen.
Ieder heeft wel eens naar de mieren gekeken, hoe
zij op haar langen weg in het bosch heen en weer
loopen. De mier heeft een eigenaardigen gang: is zij
een paar passen gegaan, dan houdt zij een oogenblik
stil, om te zien, of er onderweg niet het een of ander
valt mee te nemen, misschien ook wel om met een
voorbijganger een woordje te wisselen. Hoe eensgezind
zijn ze onderling! Zij hinderen elkander niet; hoevelen
er ook zijn. Zoo vormen zij de ordelijkste en vreed-
zaamste arbeidersvereeniging, die men zich denken kan.
Met welk een volharding en behendigheid weten zij
zwarigheden bij het werk te overwinnen. Daar komen
er twee aan met een dood rupsje; de een heeft het bij
den kop, de ander bij den staart gepakt; zoo marcheeren
zij met haar buit op het nest af. Daar ligt een dood
takje op den grond; de eene mier kruipt er onder door,
de ander klimt er over, zoodat het rupsje zich dwars
voor het stokje kromt, en de twee mieren kunnen niet
verder, hoezeer zij zich ook inspannen. Nadat zij zich
zoo een tijd lang te vergeefs afgetobt hebben, loopt de
een weg. Men denkt, dat zij in de herberg zal gaan,
om met een glaasje den wrevel over het mislukte werk