Boekgegevens
Titel: Een bloemkorfje: leesboek voor de middel- en hoogere klassen der lagere school
Deel: No. 2
Auteur: Bosman, J.M.H.
Uitgave: Tiel: D. Mijs, 1914 *
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2208
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202609
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Een bloemkorfje: leesboek voor de middel- en hoogere klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
Ze liep gauw naar buiten om het kereltje weer op te
rapen; maar het was zoo donker, dat ze hem nergens
vinden kon.
„Laat hem maar liggen," zei Willem, ,,de sukkel
kan toch niet meevechten, als er oorlog komt."
Eenbeen was dus weg, en niemand dacht er meer aan.
Den volgenden morgen gaan er een paar jongens
voorbij Willems huis, en een van hen ziet iets blinken
op den grond. Het was ons soldaatje, dat ten onderste
boven met het geweer tusschen de straatsteenen stond.
Het arme ventje had daar sedert gisteren avond in de
kou gestaan, met zijn ééne been omhoog. Hij was
doornat, want het had den geheelen nacht zoo sterk
geregend, dat de goten gezwollen waren tot kleine
beekjes.
„De stumperd kan niet loopen," zei een der jongens;
„we zullen hem laten varen." Hij vouwde toen een
oude krant tot een schuitje, zette den soldaat daarin
en liet het vaartuig in de goot drijven. De stroom was
zoo sterk, dat de jongens liet schuitje haast niet bij
konden blijven en het maar aan zijn lot overlieten.
Onze Eenbeeii vond het heel prettig, zoo snel te varen
en keek nieuwsgierig naar alle zijden rond. Daar op
eens wordt het hem bang om het hart; hij ziet niets
meer en bevindt zich in een donker hol. Het water der
goot stroomde onder den grond door naar de gracht.
Hij hield zich wel stevig vast en zat als een paal,
maar dacht toch, dat zijn laatste uur geslagen was.
Zoodra hij echter het zwarte hol uit en in de gracht
was, schepte hij weer moed en was zoo lustig als altijd.