Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Praktijk {handelintj) y;
en. Mv. ookvoor kunst-
grepen, streken, enz. Zie
practijk.
Practicaal, ale, bnw.
Praktizijn, m; s.
Pralen, o. w. §
Pralerij, v; en.
Pram.v; men.—metje.
Prang (kwelling) v; en.
Veroud. —er (neusnij-
per) m; s.
Prangen, b. eno. w. §
Prat (trotsch) bnw. en
bijw. (—ter, —st).
Praten, o. w. §[
Praterij, v; en.
Pratten, o. w. §
Prauw, v; en.
Prauwel (wafel) v; s.
Pre'advies (voorloopig ge-
voelen) o; zen.
Pre'bende (stift, inkomst)
v;n. Ook])TOve.
Preea'rium (vergunning)
o; iën.
Precep'lor (leermeester)
m; o'ren. —aat, o.
Precies', e (nauwkeurig)
bnw.
Predikant (prediker) m; s.
—envereeniging. In
and. sam. s.
Predikatie, v; iën.
Prediken (preeken; als sa-
mentr. 6e/erpreêken)o.
c/ib.w. Indevolg.säm.
predik:—ambt,—dienst,
—heer,—stoel; de beide
laatste ook preêk. Ins-
gelijks preek in:—stijl,
—manier, —toon,
—trant, —wijze.
Preek, v; en.
Prefect' (gouverticur,enz.)
m; en. —uur , v; uren.
1'referent' (dat de voor-
keur verdient) bnw.
—ie, V.
Prei, v; en.
Prelaat, m; aten. —schap,
O.
Preliminai'ren (vooraf-
gaande zaken) mv. znw.
Prelu'dium (voorspel) m;
icn.
Pre'mie, v; s en iën.
Pre'raières (eerste trekken
in het kaartspel) mv.
Pre'missen (de eerste stel-
lingen) mv. znw.
Prengel, m; s. Gem.
Prent, print, v; en. —en-
boek, —enkooper, -en-
kraam,—winkel. Ove-
rigens prenl.
Prenten, b. w.
Prepara'tie, v; iën.
Prerogatief (voorrecht) o;
ven.
Present', o; en. öo/c bnw.
—ie, V. —eeren, b. w.
§
Preservatief (behoedmid-
del) o; ven.
Presideeren (voorzitten)
0. w.
President, m; en. —schap,
O. in sam. s. öoÄprae-
ses.
Presi'dium, presidie, o.
Pressant (dringend) bnw.
Pressen, b. w. §
Presum'tie (vermoeden) v;
seniën. Oofcpresump'-
tie.
Presumtief, ieve, bnw.
Pret (vreugde) v. —tig,
bnw.
Pretendent (aanspraak-
maker) m; en.
Preten'tie (eisch) v; s en
iën. Ook pretensie.
Pretext' (voorwendsel) o;
en.
Preutelaar, m; s. —ster,
V.
Preutelen (protelen, prut-
telen) 0. en b. w. §
Preuteli^, bnw.
Preutsch^ bnw.
Prcvelaar, m; s. —ster,v.
Prevelen, o. cn b. w. §
Preventief, ieve (verhoe-
dend) bnw.
Prevoost, zie provoost.
Prezenning, v; s.
Prieel, o; en.
Priem, m; en. —donker,
bnw. —kruid (ve'vers-
brem) o.
Priemen, b. w.
Priester, m; s en en. -^s,
V. —dom, O. —schap
(de waardigheid) o. (het
lichaam)v. —lijk, bnw.
Prij, v; en.
Prijk, in: te —, coor te
prijken.
Prijken, o. w.
Prijs, -j- m; zen. —elijk,
—lijk, bnw.—waardig,
bnw.
Prijzen, b. w. (ees, ezen).
—swaardig, bnw.
Prik, f m; ken. —ken, h.
w.§
Prikkel, m;s enen.—baar,
bnw. —en, b. w.
Pril, bnw. (—Ier, —st).
Primaat (opperkerkvoogd)
m; aten. —schap, o.
Pri'ma-don'na (de eerste
looneelspeelster, zan-
geres, enz.) V.
Primair' (eerste, lager)
bnw.
Primitief, ieve (oorspron-
kelijk) bnw.
Pri'mo(in de eersteplaats).
Pri'mus (de eerste) m.
Principaal (hoofdpersoon,
heer, enz.) m; alen.
Ook bnw.
Princi'pc (beginsel) o; s.
Prins, m; en. In den 2nv.
en.—dom,O.—gezind,
—elijk, bnw. In sam. s.
Prinses, v; sen. In sam.
mr.