Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
—ophoudclijk,—orde-
lijk, —ordentelijk,
—overwinnelijk, -over-
—zienbaar, —passe-
lijk, —peilbaar, —roe-
rend , —slijtbaar,
—smeltbaar, —tegén-
staanbaar, —uitblus-
schelijk, —onuitputte-
lijk, —uitvoerbaar,
—uitwischbaar, —ver-
gangbaar, —verlet,
—vermijdbaar, —ver-
richt (in —verrichter
zake), —versaagd,
—verschillig, —verto-
gen (onbetamelijk, on-
bedachtzaam), —ver-
wacht, —verwrikbaar,
—verzetbaar, -verzette-
lijk,—voorbedachtelijk,
-wedersprekelijk,-we-
derlegbaar,—wrikbaar,
—verzadelijk, -zeglijk,
—zienlijk, —zijdig,
—zinnig, en eene me-
nigte andere, waarvan
de grondwoorden alge-
meen in gebruik zijn.
Eindelijk de bijw.:
—eens,—gaarne,—ge-
twijfeld , —geveer,
—langs, —pas (in: te
onpas), —verhoeds,
(—verhoedsch, bnw.),
—verwacht (—ver-
wachts), —voorziens,
—wetens, —willens,
enz.
Onaangezien, bnw. en vz.
Onbruik, o.
Ondaad (wandaad) v.
Ondank, m. —s ('2nv. van
ondank) vz.
Ondeeg (ondege) v. In
te —.
Onder, vz. en bijw. —en
(in; van—en).—daan,
m; anen. —worpeling,
m; en.
Met znw. samengest.
in.: —adjudant,—ad-
miraal, —afdeeling,
—baas (meesterknecht)
m. (onderzetselvaneen
pilaar) v. —deel,
—gang, —goed,
—keurs, —kin,—laag,
—laken, —leen, —lijf,
—matres, —officier
(in sam. s.), —pand ,
—schout,--schrift,
—slag (lot, onder aan
een boom; ook bij we-
vers), —spit, —trouw,
—wereld, —wicht,
enz.
In sam. met vele ww.
scheidb. met den klem-
toon op het vz. in:
—binden(*), —bou-
wen(*), —brengen (te),
-del ven,—doen (oo/c te
— doen, overmannen),
—dompelen, —duwen,
—drukken('), -duiken,
—gaanC)(oo& te - gaan),
—gravenC), —halen(*),
—houden(*), —komen,
—krijgen, —leggen(*),
-ligge n, —malen, -men'
gen(*),—mijnen (lager
mijnen) scheidb.; (mij-
nen graven) onscheidb.,
—spitten, —zetten (•),
enz.
De met (*) geteekende
zijn ook onscheidb.
Alleen onscheidb. in
de volgende ww.:
—boeten (bij zoutzie-
ders),—breken,—gor-
den, —grijpen, —han-
delen, —huren,—ken-
nen, —koopen,—krui-
pen,—lijnen,—muren,
—naaien, —nemen,
—richten, —rooken,
—scheiden , —schep-
gen,—schrijven,—span-
nen, —staan, —stellen,
—steunen, —strepen,
-«tutten, —tasten,
—teekenen, —trouwen,
—vinden, —vragen,
—welven, —werpen,
—wijzen, —winden,
—wroeten, —zoeken.
Vormt voorts znw.
van den wortel van
sommige ww.; als:
—richt, O. —scheid, O.
—stand, m. (ook ih de
sam.)—houd, O.—laag,
v. —standgelden, mv.
—steeksel (bekken) o.
—werp, O. —wijs, o.
—windal, —zoek, o.
Insgelijks door ach-
lerv. van sel bij den
wortel van sommige
WW.; als: —blijfsel,
—legsel, —stutsel,
—zetsel, enz.
Vervolgens de bnw.
—aardsch, —danig,
—geschoven (onecht),
—handsch, —hevig,
—hoorig, —leid (goed
voorzien), —liggend,
—ling, —maansch,
—scheiden, —staande,
—stoken (in het ge-
heim besloken), enz.
Eindelijk de bijw.
—aan, —daags (dezer
dagen),—door en —een
(beide aan ww. verbon-
den-, als : —doorgaan,
—eenroeren, enz.),
—heen, —in,—shands,
—tijds (nu en dan),
—uit, —weg, —wijl;
het bijw. en vw. —tus-
schcn en de overtr. trap
—ste, als bnw. en o.
znw. in gebruik.
Ongansch (van eene ziekte
pen,—schoren, -schra- der schapen) bnw.