Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
I\aar, \z. cn vw. —dien, —nieuw, —vast, bnw. Natura'iiën (f?a/mimör/-
vw. —gelang, —mate, —en, b. w, brengselen) mv.
vw. Als vz. gescheiden: Nagenoeg, bijw. Natura!iseeren, b. w.
— gelang, mate van. Nagetogen, dw. Naturel (—letje) {harig
Naar,bnw.—heid (narig- Naïef, ïeve {ongekunsteld) hoofddeksel) o. len (s).
beid, in de volkst.). bnw. Naturen {aarden) b. w.
Naars, 6e/. aars. Naïeveteit {??ü/w«r/i;fte Natuur v; uren. —lijk.
Naarstig, bnw. eenvoudigheid) v. —kundig, bnw.
Naast, vz. —bijgelegen. Naijver, m.—ig, bnw. Nauw, bnw. als znw. o.
—komend, —vorig, Naken (genaken) o. w. —te,v.—tjes,—elijks,
—volgend, bnw. —be- Nakomeling, m. en v; en. bijw. —bezet, —gezet,
staande, m. en v; n. —schap, v. —keurig, —lettend.
Naaste, m; n. /n den2den Nalatenschap, v; pen. —nemend, —ziende,
MV. n. Nalatig, bnw. bnw. Ter—er nood.
Naasten (/oeëi^enen) b. w. Namaag, m. en v; agen. Navel, m; s. —breukig,
Nabij, bijw.—heid.—ge- —schap, v. bnw.
legen, —komend, bnw. Namaals, bijw. Naverwant,bnw. Alsznvf.
Naburig, bnw. Name, peirnift. «n; bij—, m, en v; en. —schap,
Nabuur, m; uren, —schap, met —, ten —, enz. v.
V. Namelijk, bijw. Naviga'tie {scheepvaart)
Nacht, m; en. —s (des) Nameloos, bnw. v.--acte, ens.
bijw\ —elijk, bnw. Namens, vz. Navolgbaar, bnw.
—evening, v. —glas, Nan'kin (s/ad cn s/o/) o. Navolgend, bnw.
(zandlooper) O.—mer- Ook Nanking. —sch. Nazaat, m. en v; aten.
rie, V. —raaf {vogel; bnw.—cl'(s/o/) o. Neb (nebbe) v; ben (n),
ook fig.), —schade Nap, m; pen.—pendraaicr. —aal (—beling) m.
(plant) V. —schooneNaphtha,naptha(6er^6a/-Neder (neer) bnw. in
(plant) V. —waak, v. sem) v. Ooft naftha. enfte/e sam. neer.
—wacht, v; en. Voor Napolilaan,m;anen.—sch, Als scheidb. vz. in de
eenmann.pers.,m. enz. bnw. sani. met ww.: —bui-
Ooft in de ww.—bra-Nar, -t-m;ren.—rerij, v. gen, —vlijen, w. w.
ken, —raven, —wer- —rig, bnw. In sam. —werpen, ens.
ken, mv. Gescheiden in sam.
Nachtegaal, m; s en alen. Narcis (lijloos) v; sen. wic/ter: ter neder wer-
In sam. s. —lelie, —sen bed. ƒ» pen, enz.
Nadat, vw. Gescheiden, and. sam. narcisse. Ooftinfer6.me/rnif.;
na een bijw. tot verster- Nar'dus (/ndtaanseA^ras) als: —eind , —laag,
ftinff; lang na dat. v. —slag (sie neerslag),
Nadeel, o; en. —ig, bnw. Narigheid, zie naarheid. —val, enz.
Nademaal, vw. Narren, o. w. Ook arren. Nederduitsch, bnw. —er.
Nadenkend, bnw. Narwal (walrus) m; sen m.—land, o. Als znw.
Nader, sie na. —hand, len. o.
bijw. —en, o. w, § Nat, bnw. Als znw. o.—je, Nederig, bnw.
Na'dir (foe/p«n/) O. o. —achtig, bnw. Nederland (Neêrland) o;
Nadruk, fm; ken.—ke- —hals, m; zen. en. —er, m. —sch,
lijk , bnw. —sel. Natie, v; ién, s. bnw.
Naftha, zie naphtha. Nationaal,"ale, bnw. Nedcrlating (in de beteek.
Nagedachte, v; n. —nis. Nationaliteit {volkskarak- van vestiging, als ger-
Nageheugenis, v. ter) v. manismus, afgekeurd)
Nagel, f m; s cn en. Natten, b. w. v.