Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
Metaal, o; alen. i«-ertijd,—erwijl,bijw.
Metalen, onv. bnw. De overlr. trapis—st.
Meten, b. w. (at, eten). § Middel {voor —lijf) v; s.
Meteoor' {luchtverkeve-Middel, o; en. Mo. ook
ling) m; oren. rijkdom, —lijk, bijw.
Meter (e/) m; s. Midden, o. en bijw.; ook
Meter {peet) v; s. in: te —, vz. Voorts
Metgezel, m; len. —iin, v; —in, —door, bijw.
nen. Middernacht, m. —s (des)
Metho'de {leerwijze) v; s bijw. Insam.s.
en n. Mier, v; en. In sam. mv.
Metriek, e {wat lot den Mierik, m.—wortel (—s-
meter behoort) bnw. wortel).
{kennis van den vers- Mij, verb. vnw.
bouw) V. Mijden, b. w. (eed, eden).
Metselaar, m;s. Insam.s. Mijl, v; en.
Metselarij, v. Mijmeraar, m; s.
Metselen, b. w. § Mijmeren, o. w. §
Metten, v. mv. Mijmerig, bnw.
Metterdaad, mettertijd, Mijmerij, v; en.
metterwoon, bnw.; ver- Mijn, mijne, vnw.
basteringen van: met Mijnheer./n Ae//nv. Mijne
der daad, enz. Heeren.
Meubel, o; s enen. —en, Mijn, v; en. —werker,
b. w. —graver, enz. —en
Meublement {huisraad) o. {graven) o. w.
Ook ameublement. Mijnen {naasten) b. w.
Meubleeren {met we«MsMijnent, in: tot, ten —.
voorzien) b. w. Voorts in : —wege,
Meug, V. in: tegen heug —halve, om—wil.
en —. Mijner, mijns, verb. vnw.
Mevrouw, v; en. —schap,o. Mijt, v; cn. —erig, bnw.
Miauw, miaanw, tw. —en, —en, b. w.
zie mauwen. Mijter, m; s. —en, b. w.
Microscoop, o; open. Mik {brood) v; ken.
Middag, m; en. —klaar. Mik {het mikken) m.
bnw. en bijw. —s (des) —ken, b. en o. w.
bijw. Mild, bnw. —dadig, bnw.
Middel, veroud. bnw. en Milicien' {soldaat) m; s.
bijw. waarvan alleen de Militair', m; en. Ook bnw.
overlr. trap in gebruik M\\Vi\e {krijgswezen) v.
is. —aar, —aarster,--commissaris.
—aarschap, o. Wordt Miltioen, o; en.
in sam. gebezigd met }\\\\\oï\a\ï {zeer rijk
znw.: —eeuwen, —lijf, mensch) m; s.
—lijn,—maal,—punt. Milt, v; en. —er(üiscA)m.
enz.;endehn\\.:—baar, —ziek,—zuchtig, bnw.
—eeuwsch, —evenre- Min, bnw. en bijw. (—der,
dig,—Iandsch,—matig. —sl). De vergr. trap
Voorts de vergr. trap minder in : —jarig.
—heid , —jarigheid.
De overlr. trap minst
tn: ten —e.
Min {liefde) v. —nelijk,
—ijverig, —zaam, bnw.
In de meeste sam.
minne; ook in de ww.
—koozen,—mallen; de
znw. —koozerij, —koo-
zing, V. de bnw.—nij-
dig, —schuw, enz. en
in: in der —.
Min {voedster) v; nen.
Ook minne. —nekind.
Minachten, b. w.
Minderen, b. en o. w.
Mine {gebaar) v; n.
Mineraal, o; alen. Oo/c bnw.
Mineur' {mijngraver) m; s.
Miniatuur {kleinschilder-
kunst) O.
Mi'nimum(Ae/ klei7iste)o.
Minister, ra; s. —iëel, e,
bnw.---resident.
Ministerie, o; iën.
Minnaar, ra; s en aren.
Minnares, v; sen.
Minnarij, v; en.
Minnen, b. w.
Minuut, f v; uien.
Minuut', minu'te {schrif-
telijk onttverp) v; uten.
Mirabel' {pruim) v; len.
Miraculeus, —e, bnw.
Mirakel, o; en, s.
Mirre, v. Bij velen myrrhe.
Mirt, ra; en. /n sam. mir-
te; docA mirten, tfjanneer
het mv. bedoeld wordt.
Mis (misse) -f v; sen.
Mis, bijw. In veleww. on-
scheidb., met den klem-
toon op hel WW.; als:
—achten, —bruiken,
—deelen, —doen (*),
—dragen, w. w. —drij-
ven (*), -duiden,-gaan
(') O. w. {ook w. w.),
—gelden , —gunnen ,
—hagen {als znw, o.),