Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
' - ^ m^______^ —UJ
K^rps, o; en. Kosten, o. w. Krabben, b. w.
KDrre (soort van nel) v; n. Koster, m; s. —es, —in, Krabber, f m; s.
Korrel, f v; s ert en. -ig, v.—schap, o. in sam. Krahsel, o; s.
bnw.—en, O. w. § mv. Kracht, v; en. —vol,
Korset, o; ten.—enmaker. Kol, o; ten. —ig,—dadig, —eloos,
Korst, v; en. —achtig. Koten, o. w. bnw. —sinspanning,
—ig, bnw. —en, o. w. Koteren, b. w. —enleer.
Kort, bnw. —elings, —s. Kotsen (braken) o. w. Krachtens (uit kracht van)
—heidshalve, bijw. Kotter, m; s. vz.
Voorts: —ademig, Koud, bnw. —e (kou) v; Kraf, karaf,
—bondig, —zichtig, —achtig, -elijk,-bloe- Krak, m; ken. Ook tw.
bnw. Ook met znw. dig, —vochtig, bnw. Krakeel, o; en. —achtig,
—oor,—voer,—staart, —^jes, bijw. —ziek, —zuchtig, bnw.
0. Zie lager. Voorts de sam. —e- Krakeelen, o. w. g
Ook ter vorming van keuken, —eschaal, Krakeling, m; cn. —elje.
onscheidb. ww.; als: —vocht,—vuur.cnvof- Kraken, b. en o. w. §
—nagelen , —ooren, gens sommigen —zweet. Krakken, o. w.
—staarten,—wieken. Kous, v; en. In sam.. Kram, v; men- -metje.
Kortage (makelaarsloon), waarin een mv.opgeslo- —men, b. w.
beter comlage. ten ligt, kousen. Kramer, m; s.—ij, v; en.
Kortaf, bijw. Kout, m. —er (prater) m; In sam. s.
Kortegaard, v; en. s. Kramp, v. —achtig, —ig.
Kortelas (korte, breede sa- Kouten, b. en o. w. —stillend, bnw.
bel) v; sen. Kouter (ploegijzer) o; s. Krank. bnw. —e, m. env;
Korteliug (kort hout) m; Kouw (kooi) v; en. n. —te. v. —hoofdig,
en. Kozak', zie kosak'. —zinnig, bnw.
Korten, b. c» o. w. A/s Kozijn, o; cn. Voortsdeznw.—bed,
znw. 0. Kraag, m; agen. —enbewaarster, -en-
Kortom, bijw. Kraai, v; en. —ennest, bezoeker, —hoofd.
Kortswijl, v. —ig, bnw. —enoo%, enz., benevens —zinnigenhuis.
—en. b. w. in die sam., waarin een Krans, m; en. —je (gezel-
Kortweg, bijw. mv. bedoeld wordt. schap) o. —en, b. w.
Korven (in ftorucn rfoc«) Kraaien, f o. en b. w. Krant (roorcourant) v; en.
b. w. Kraak (vaartuig) v; aken, —tier, m; s. In sam.
Korvet, v; ten. —porselein. mv.
Korzel,bnw.—ig,—hoof- Kraak (krak) m. —zinde- Krap (meekrap) v.
dig, bnw. Voorts lijk, buw. (van een boek, rib)
—hoofd. Kraal, ;ite koraal. v;pen.
Kosak', m; ken. Ook Kraal (dorp) v; alen. Krap, —jes, bijw.
kozak'. Kraam, f v; amen. Kras, bnw.
Kossem (halskwab der Kraambewaren, o. Kras, v; sen. —scr, m; s.
runderen) m; s. Kraan, f v; anen. —kind, Kras, tw.
Kost, m; en. —ganger, —oog,—vogel, enz. Krassen, b.w.
—winning, enz. Kraanoogen, o. w. Krat, o; ten.
Kost («i/paa/) m. (woora/Krab, -j- v; ben. OoA; Krater, m; s,
in.' te koste leggen, ge- krabbe. Krauw, v; en. —sel, o.
ven);en.—eloos,—vrij Krabbel, v. —ig, bnw. Krauwel, ra; s en cn.
bnw. —aar, m. —aarster, v. Krauwen, b. w.
Kostbaar, bnw. —arij, v.—en, b. en o. Krauwer (pachter) m; s.
Kostelijk, bnw. w. § —vuisten, o. w. —ij (knevelarij) v.