Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Klank, m; en. —eloos,
—nabootsend, bnw.
Klant, m. en v; en. Ook
voor snaak.
Klap {slag, gesnap) m;
pen. Voor werktuigen,
die een klap geven, ver-
kiezen sommigen het vr.
geslacht, —achtig, bnw.
Klappei,v; en. —en, o. w.
in:—dracht,—pracht, Klessen, zie kletsen.
—tooi en in het bnw. Klets (klits) v; en. Ook
—loos. In and. sam. tw. —kop. —en, o. en
kleér; als: —borstel, b. w. §—crij,v.
—kamer {onderschei- Kletteren, zie klateren.
den van kleedkamer), Kleumen, o. w.
enz., ofschoon in som-Kleumsch, buw.
mige sam. ook kleêren Kleur, v; en.—ig,—loos,
in gebruikis;als:—ma- bnw. —ling, —sel, o.
ker, —verkooper. —en, b. en o. w. §
Klappen, o. en b. w. § in: Kleeden, b. w. § Kleuter,v;s.—gat,—geld.
—bes, —bessestruik. Kleef (stad) o. —sch, Kleven, o. en b. w.
—noot (—penioot), bnw. Klevenaar. Kleverig, klevig, bnw.
—roos (—perroos). Kleefachtig, bnw. Kliek, v; en. —jesdag.
Klapper, m; s. —tjes. Kleefkruid, o. s. klis. —en, o. en b. w. §
Klapper (ooA tfoor —man),Kleen, —e, bet. klein. Klier,v;en.—achtig, bnw.
m; s. —nij, v; en. Kleêr(en)maker, enz., zie Klieven (klooven) b. w.
Klapperen, o. w. § in: kleed. Klif, o; fen.
-boom (abeel), —eend. Klei, v. —achtig, bnw. Klijf (klimop) o.
—kruid,—noot,—olie, Klein (kleen) buw. en Klik, f m; ken.—ken, b.
bijw.—tje,o.—e(kind) en o. w.
m. en v; n. —tjes, bijw. Klikklakken, o, w.
—geestig, —geloovig. Klikspaan, m. en v; anen.
—hartig, —moedig, Klikspillen (lanterfanten)
—zeerig, bnw. —te, v. o. w.
Ook met znw; als: Klim (klimop) o.
—achting, —handel, hWm (de wortel van —men)
—kind (in sam. kinder), m.
—schrift, —smid, enz. Klimaat, o; aten.
Klimmen, o.w. (om, om-
men). s
—roos.
Klappertanden, o. w.
Klapspaan, m. en v; anen.
Klapwieken, o. w.
Klaren, b. w.
Rlarig, bnw. in: —heid.
Klarinet, v; ten.—list, m.
Klaroen, v; en.
Klasse, v; u.
Klater, v; s. —cn, o. w. § Kleinachten, b. w.
Klats, tw. Klein-Aziè, o.
Klauteraar, m; s. Kleineeren, b. w. Klimop, o.
Klauteren, O. w. Kleinood, o; en en iën. Kling, v; en. In het mv.
Klauw, f m; en. —er Kleins, ens., zie kiens. oo/crforreduinen.—etje.
(breeuwhamer) m; s. Klem, v; men.—men, b. Klink (/c/ap) m;en.—klaar
—bandje, o.—en, b.w. en o, w. § —toou, m. (zuiver) bnw.
Klavaatshamer(/'reeuiü/ia-Klemmerblad, klemmer-Klink (der deur, kous) v;
hamer) m; s. kruid (eiloof) o. en. —et', o; len.
Klavecim', klavecim'baal, Kiens, kleins (teemsdoek) Klinken, o. en b. w. (onk,
klavecim'bel, v; men, v; zen. onkeu).§
alen,s. Klenzen, b. w. Klinker (khnkletter; oo/:
Klaver, v. —ig, —rijk. Klep, v; pen.—pen, o. en baksteen) m; s.
bnw. b. w. Klip, f v; pen. —achtig,
Klaveren (op kaarten) mv. Klepel, f m; s. —pig, bnw. —geit, v.
znw. —aas,—heer, enz, Kleppel, m; s. Klis, v; sen. —kruid (-se-
Klaveren, z. klauteren. Klepper (paard, ook klep- kruid), —wortel.—sen,
Klaverjassen, O. w. perman)m;s. Zieklap- o.w.
Klavier, o; en. per. —en, o. en b. w. Klisteer, v; en. —en, b. w.
Kleed, o; eren, en. Ooft Klerk, ra; en. —ambt, §
kleéren. —ij, v. Kleedcr —schap. Klit (klis) v; ten.