Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Inlander, m; s. Inslal, in; ien. Intusschen, bijw. en vw.
Inlandsch, bnw. Installa'tie {bevestiging in Invaart, v.
Inleg, m; in het mv. ge- een ambt) v. Inval, f m; len. —shoek,
bruikt men inlagen. Installig {in kwaden reuk enz.
—sel, o; s en en. gebracht) bnw, Invali'de (krachteloos) -
Inlegering, v;en. Instandhouding, v. hnw.(gebrekkig soldaat)
Inleiding, v; en. Insteek (in de volkst. voor m; n. —nhuis.
Inleveraar, m; s. —kamer).—blad,—ta- Inventa'ris (voorhanden
Inloop, m. fel,—kamer. zijnde artikelen, ens.)
Inmiddels, bijw. Instinct' (natuurdrift) o. m; sen. —a'tie, v.
Innemend (bevallig) bnw. —matig, bnw. Invita'tie, v; iën en s.
Innen (invorderen) b. w. Instituteur (leermeester) Invloed, m. —rijk, bnw.
Innerlijk, bnw. m; s. Invoege, vw. Gescheiden
Innig, bnw. Instituut (inrichting) o; t«; in dier voege.
Inoculeeren (inenten) b.w. uten. Invoer, m. —baar, bnw.
Inquisi'tie (geloofsonder- Instruc'tie (onderwijs, Invorderbaar, bnw.
zoek) V. voorbereiding eener Inwaarts, bijw.
Inrit, m. rechtszaak) y\ ién. Inwendig, bnw.
Inschikkelijk, bnw. Instrument, o; en. —aal, Inzage, v.
Inschuld, v; en. ale, bnw. Inzet, m; ten.
Inscrip'tic (opschrift) v; s Inteekenaar, m; s en aren. Inzettingen (geboden) mv,
en iën. Integendeel, vw. Inzicht, o; en.
Insect' (gekorven diertje) InienAd^ni (opziener) m; Inzien, b. en o, w. Ook
o;en. Insam.mv. en. tn; mijns—s.
Insgelijks, bijw. en vw. Inten'tie (doel) v. Inzonderheid, bijw.
Inslag, m; en. Interdeel (nadeel) o. Irias, v; sen.
insnede, v. Interressant (belangwek- Ironie' (scherts) v.
insolent' (onbeschaa*nd) kend) bnw. Is'lam (Turksche gods-
bnw.—ie, V. In'iercsl (voordeel, enz,)y; dienst) m.—is'mus, o.
Inspanning (u/i//) v. en. Bij velen inlresl. Israël, o. —iet, m; en.
Inspecteur (opziener) m; Intijds, bijw. —ietisch, bnw.
s. Intocht, m. Italiaan, o; anen. —sch.
inspectie (monstering) v; Intrede (intree) v. bnw. eno. znw.
iën,s. Intrek, m. Italië, o.
Inspit (roerpen) o. Introduc'tie (inleiding) v; Ivoor, o. —zwart, bnw.
Inspraak, v. iën, s. Ivoren, onv. bnw.
J.
J (tiende letter) v; 's. Jagen, b. en o. w. (oeg en Jalousi'ën (tralievensters)
Ja, bijw., vw, en o. znw. aagde, aagd). § mv. znw.
—broer,—woord. Jager, -j- m; s.—haring, Jammer, m. en o; cn.
Jaagbaar, bnw, —meester, m. In and, —nis, v.—vol,—lijk,
Jaar, o; aren.—lijks, bijw. sam. s. bnw.
—lijkscb,bnw.—gang, Jak, o; ken. Jammeren, o. en onp. w.
—bundel. Jakhals, m; zen. Jan,m.—hage\(ookkoek).
Jacht (het jagen; ook drift) Jakhalzen (een oud paard —hen, —sul, —recht-
v.—ig, hnw. bereideii) o.w. nit, Jan alleman, Jan
Jacht (faar/«t(^) o; en. Jaloersch, bnw. ^ rap. Jan Trijntjes, Jan
Jachten, b. en o. w. Jaloezie, v, potage.