Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
m. —tist, m; en. Feniks, m; eii. Ook phoe- V\v'ïn3LXhandelsnaam)\; 's,
Failieeren, b. w. nix. Firmament, o.
Failliet, e {onvermogend Fep, v. —pen Fistel, v; s.
om te betalen) bnw. b. w. Fitter {arbeider aan gas-
Ook m; en. Fermoor {beitel) o; oren. buizen) m; s.
Fakkel, v; s en en. —dis- Festijn' {feest, gastmaal) Flab, flabbe, zie flep.
tel, V. O. Flabberen, o. w.
Falen (feilen) o. w. § Festiviteit (/'eesïe/yft/teid)Flacon' {reukfleschje) m;
Falie, v; ïen ö/i s. v; en. s.
Faliekant, bnw. en bijw. Festoen, v; en.—eeren. Fladderen, o. w.
Falievouwen (vleien) o. w. b. w. Flambouw, v; en.
Onscheidb, Feuilleton' (blaadje) o; s. Flanel {wollen stof o. en
Falicvouwerij, v. Feziken {stil praten) o. w. v.
Falsa'ris (uerva/5c/icr) m; Fielt, m; en, —erij, v. Flank, v; en.—eur, m; s.
sen. —estuk, —estreek. Flansen, b. w.
Familie, v; iën. Ook fa-Fiemelen, enz. sie fijme-Flap (slag) -j- m; pen.
mielje, v; s en n. len. —kan.
Fantasie', v; ieën. Fier, bnw. —te, v. Flappen (klappen) o. w.
Farizeër, m; s en eën. Figurant, m; en. —e, v; Flapuit, m. en v; en.
Fat (zotskap) m; len. n. Flarden, v. mv.
—tig, —terig, bnw. Figuur, v; uren. —lijk. Flater (misslag) m; s;
Fataal, ale (noodlottig) bnw. Flauw, b'w. —hartig,
bnw. Fij, 6e/. foei. tw. Nog ge- bnw.—tjes,bijw.—te.
Fatsoen, o; en. —lijk, in; hij en fij. v.
bnw. —shalve, bijw. Fijmelaar, m; s. Flauwen, b. en o, w.
—eeren, b. w. Fijmelachtig, bnw. Fleemcn, b. w. §
Faunen {boschgoden) mv. Fijmelarij, v. Fleemerij, v; en.
Fauteuil' (armstoel) m; s. Fijmelen, b. w. Fleemtong, v; en.
Favoriet' gunsteling) m; Fijn, bnw. Ook als znw. Fleer, v; en.
en.—en {bakkebaarden) mv.: de —en {vromen). Fleers (slag) m; zen.
mv. —tjes, bijw. —te. Flenel, zie flanel.
Fazant, m; en. —haan. Voorts —aard, ni; s Flenters, ra. mv.
—^hen,—eveêr. Jnand. en en. —man, m; nen. Flep, v; pen. Zie ook
sam. mv. —schilder, m. fep.
Februari, m. Fijt, v. Flerecijn (jicht) o.
Feeks, v; en. —ig, bnw. Fikfakken (beuzelen) o. w. Flesch, v; esschen. Fles-
Feil (misvatting, dweil) Fikfakkerij, v; en, schebak. In and. sam.
v; en. —baar, —loos, Fiksch, bnw. mv.
bnw. Filips, m. Flets (verkleurd) bnw.
Feilen (/a/en) 0. w. (rfujei-Filislijn, zie ph. Fleur (bloei) m. —ig,
len) o.w. Filomeel, v; en. bnw. (visscherslijn) v.
Feit (rfaarf) o; en.—elijk, Filozel (zijde) v. —len, —en, o. w.
bnw. onv. bnw. Fleuret', zie floret.
Feitel, v; s. Filozoof, enz. zie ph. Flikflooien, b. w.
Fel, bnw. Finaal, ale, bnw. OoA Flikflooierij, v; en.
Femelaar, enz. zie fijme- znw. o. (slotzang, slot- Flikken, b. w.
laar. stuk), Flikkerij, v.
Fenegriek, fenigriek Finan'cie, v; iën. —r', Flikkeren, o. w. §
(kruid) 0. m; s. Flink, bnw,
Feniciê, zie Phoenicië. Fiool (flesch) v; olen. Flits (pijl) m; en.