Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
bouwd) bnw. —land, o. Brem (zillig vocht, struik) sommige sam, ook s; ots:
Braaksel, o; s. v. —?ba d, —spijp, enz.
Braam, v;aracn. Brengen,b.w.(acht,acht). Broek (moerasland) o.
Brabander, m; s. Bres, v; sen. Brok, m; ken. —ken,
Brabant, o. —sch, bnw. Breuk, f v; en. —keien, b. w. —kelig,
Brabbelen, b. w. § Brief,m;ven.—s tijl,-wls. bnw.—keltje, o; s.
Bracelet'(flr»i&anrf)v; len. seling. Inand.sam.mv. Brommen, o. w. §
Bij sommigen bra-^selel. Briefwisselen, o. w. On- Bron. v; nen.
Braden, b. eno. w. (aadde, scheidb. Brons,o.Bronzen,onv.bnw.
aden). § Bries (zachte zeewind) v. Bronzen, b. w.
Brak, biiw. —je. Brood, o; en.—dronken,
Brak (hond) m; ken. Brieschen, b. w, —elons, bnw. —win-
Braken (breken) b. w. g Briezei, zie brijzel. ning, v. —bakker, m; s.
Braken (overgeven) b. enBriga'de (groote Broos, bnw. (brozer,—t).
0. w. § deeling) v; s. Ook bros.
Brallen, o. w. Brigadier, m; s. Bros (els) v.
Brara(?ei/)m; men.-zeils-Brigantijn, m; s c»en. Brouwen, b. w. §
koelte, 7. Brij, m; en. Brouwsel, o; s.
Brand, m; en.—baar, Brijzel (kruimel) v; s. Brug, -j- v; gen. —je,
—ig, —schoon, bnw. —en, b. w. —getje, —balans ,
Branden, b. en o. w. § Brik, v; ken. —balk,—paal,—pilaar.
Brander, m; s. —ij, v; Bril, f m; len. —letje. —pijler, —genhoofd.
en. —neus, —slang,—len- In and. sam. brugge.
Brandewijn, m; en. huisje, —lenkooper, Brui, m.
Branding, v; en. —lenkromer,—lenma- Bruid, v: en. —leider,
Brandmerk, o; en.—en, ker, —lenslijper. In —leidster, —schat,
b.w. Gwd. brille. —stuk, —suiker. In
Brandschatten, b. w. Brillen, o, w. and. sam. s.
Brandschilderen, o. w. en Bril, m; ten. —sch, bnw. Bruidegom (bruigom) m;
0. znw. —tanje, o. s. In sam. s.
Brandsel, o. Bt'ils (legerstede inwacht- Bruien, b. en o. w.
Bras, m; sen. huizen) v;cn. Bruikbaar, bnw.
Brasem, m;s. Britsen, b.w. Bruiloft, v; en. In sam. s.
Brassen (slempen) o, w. § Brochu're (blauwboekje) Bruin, bnw. —harig,
(schcepslerm) b. w. v; s. -kleurig,—vervig,ens.
Braveeren(/ro/5eeren)b.w. Broddelen, b. w. § bnw. Ook met kleuren:
Breed, bnw.—te.—spra- Broed,o.—en. Z. broeien, rood,—grauw,en^.
kig,—voetig,—voerig. Broeder (broêr) m; s. Bruin (een paard) m; cn.
enz. bnw. —paar,o.—lijk,—loos, —ije.
Breekbaar, bnw. bnw.—schap, v. Voorts Bruineeren, b. w. §
Breeuwen, b.w. § —skind,—svrouw,cn5.Bruineersel, o.
Brcidel,ra;s.—loos, bnw. Broedertje (gebak) o. s. Bruinen, b. en o. w.
—en, b. w. In sam. s. Bruinvisch, m; sschen.
Breien, b. w. § Broedsch (broeisch) bnw. Bruis (schuim) v. Volgens
Bréln, 0. Broei, m. —erij, —sel and, o.
Brekebeen, m; en. (broedsel). Bruisen, o. w.
Breken, b. e» o. w. (ak, Broeien (broeden) b. en Brullen, o. w. §
oken). § Uitgez.hrC' o. w. § hni^lo (onzuiver) hnw,
kebeen, breekspel (brc-Broek, v; en.—en, b, w. Buffel, •fm;s.—soe,—os.
kespcl). —slof (—eostof). In —stier.