Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zoon, m; oncn en s.
—schap, 0. In sam. s.
—svrouvv, enz.
Zoopje, o; s. In sam. s.
Zoor, —^e (droog) bnw.
Zooverre, bijw. Te onder-
scheiden van zoo ver.
Zoowel, bijw. Te onder^
scheiden van zoo wel.
Zoozeer, bijw. Te onder-
scheiden van zoo zeer.
Zorg, v; eu. (die zorgelijk
is) ra. en v. —elijk,
—dragend, —eloos,
—vuldig (—zaara)bn w.
—eu, 0. w. §
Zorglijn (voertouw) v; en.
Zol, bnw. (—ter, —'St).
—heid, —tigheid,
—ternij, v.
Zot, ra; ten. —tin, v.
—skap, V. (voor een
persoon) ra. en v. In
and. sam. zotte: —klap,
—praat, —streek,
—werk.
Zout, o; en. Ook bnw.
—achtig, —eloos, bnw.
-evisch, v. —zieder.
—zuidwest, e?is. Voorts —deeg (—deesera),
in: —waarts, bijw. —doop, —rauil (gem.).
Inde sam.: —Arae- —smoel (gem.), —stel,
rika, --Brabant, —stof, enz.
—Holland, Zwaai, ra; en. —verrao-
Zuider, onv. bnw. In sam. gen. —en, o. en b. w. §
—aspunt, —breedte. Zwaan, v; anen. Mv. in:
—pool,—zee (ziezuid), —drift —ei, —hals,
—zon, enz. —nest, —teelt. In
Zuien (neuriën) b, w. a^id. sam. zwane.
Zuigeling, zie zoogeling. Zwaar, —te, v. —lijvig.
Zuigen, b. en o. w. (oog, —moedig, —tillend,
ogen). § —wichtig, bnw. Voorts
Zuiger, -f ra; s. —hoofd.
Zuil,v;cn.—oor (steiloor). Zwaard, o; en. —maag
—oorig, bnw. In sam. (bloedverw. van vaders-
waarin een mv. bedoeld zijde), —leen,—vech-
wordl, ' zuilen; als: ter,—veger,—zijde.
Zwaardvegen, o. w.
Zwabber, ra; s. —en, -j- b.
en 0. w.
Zwachtel, m;s.—en,b.w.
—gang, —groep
Zuilooren, o. w.
Zuimachtig, bnw.
Zuiraen, o. w.
-en, 0. w.
—en, b. w.
Zucht, ra; en. •
Zucht (ziekte) v. ■—ig,
bnw.
Zucht (begeerte) v.
Zuid (zuiden) o. Ook wel
V. in: om de —). —e-
lijk,—oostelijk,—wes-
telijk, bnw. en—eling,
m. V.
Invele sam. z\i\d;als:
—einde, -hoek,—kant,
—kust, —oost, —oos-
ten, —oostenwind,
—pool, —punt, —wal,
—west, —westen,
'—westenwind, —wes-
ter (zeemanshoofddek-
sel) m. —zee (onder-
scheiden van —erzee),
;—zijde, —zuidoost,
Zuinig, bnw. —jes, bijw. Zwadder, m. —ig, bnw.
—je (profijtertje; in de Zwade (zwad) -f- v; n.
volkst.) o; s. Zwager, m; s. —in, v.
Zuip, v. —achtig, bnw. —schap, o.
Zuipen, b. en o. w. (oop. Zwak, bnw.(—ker,—st).
open). § OoAo.znw.—te,V.—ke-
Zuiperij, v. lijk,—geloovig, —hoof-
Zuivel, 0. dig, bnw. —^jes, bijw.
Zuiver, bnw. —en,b.w. § Zwalken, o. w.
Zulk, —e, vnw.—s,vnw. Zwalp, -f ra; en. —en, o.
Zullen, hulpww. (ik zal, w.
zoude (zou) enz.)
Zult (hoofdvleesch)
—en, b. w. §
Zundgat, o.
Zuren, b. en o. w. §
Zurig, bnw.
Zuring, v.
Zus, bijw.
Zus, v; sen.
Zuster, -J-v;s.—lijk, bnw.
—schap, V. eno. —paar,
O.
Zie verder zoon.
Zutfen (stCLd) o.
Zwaluw, v; en. —staart,
O. ra.
Zwara, v; men. (tonder)
V. —achtig, bnw.
Zwang (gebruik) ra.
Zwanger, bnw. —schap,
V.
Zwarigheid, v; eden.
Zwart, bnw. —achtig,
—bruin,—gallig, —ha-
rig, —oogig, enz. bnw.
Ook met znw.: —kop,
—krijt, —oog, —ver-
ver, enz.
Zuur,bnw.-achtig,-zoet, Zwarte (neger) ra. en v; n.
bnw. —tjes, bijw. Zwartekunst, v.
Voorts met znw.: Zwarten, b. w.