Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wijk, v; en. —swijze, Wik (weging) v; ken. Winilsel, o; s c» en.
bijw. —geld. Wingerd, zie wijngaard.
Wijken, o.w.(eek,eken).§ Wikkelen, b. w. Wingewest, o; en.
Wijl (wijle) v; en (n). Wikken, b. w. § Winkel, m; s. —ier, m; s
Wijlen (overleden) bijw. Wil, m. —lig, —vaardig, enen.—ierster, v.—en,
Wijn, m; en. —achtig, bnw. o.w.
bnw. Wils in: —uiting. Winkelhaak, m; aken.
In verbind, met ww.; Wille in: te — zijn. Winks, v; en.
als: —lezen, —meten. Zie lager. Winnen, b. en o. w. (on,
—oogsten, —peilen, Wild, bnw. Als znw.o. onnen). §
—persen, —plukken, —e,m.en.v;n.—achtig. Winner, m; s. Vooral in
—vreemd,bnw.—eman, sam.\ als: brood—,
m; s en nen. —ernis, v; geld—.
—verlaten,
—roeien
O. znw.
Zie lager.
Wijngaard, m; en. —enier
(in sam. s) m; s. Ook
wingerd.
Wijnmaand, m; en. —schut (jager) m.
Wijnrank, ook wijngaard- —vang, m. —zang, m.
rank, v; en. Wildstroopen, o.
Wijnruit, 2i(?ruit. Wilg, m; cn. —eboom.
Wijnstok, m; ken. —eblad, —cloot. In
Wijs (wijze) v; zen (n). and. sam. m\.
Ook als achlervoegselWiWekeur, v. —ig, bnw.
sen. —cling (appel) m; Winst, v; en. —dervend,
en. —gevend , —gieiig.
Voorts de znw.: bnw.
baan, v. —braad, o. Winter, m; s. —achtig,
—sch, bnw. —ling
(pijpkruid) V. —dags
(hij —dag) bnw.
Voortsin sam.: —ko-
ninkje, —halfjaar,—sei-
zoen, enz.
Winteren, onp. w.
ter vorming vanhnw. of "WiWen, o. en b. w. —s Winzucht, v. —ig, bnw.
bijw.: slangs—, spots—, (met opzet) bijw.; oo/c Wip, f v; pen. Oo/c tw.
steels—, billijker-—, re- in: — en wetens. —per, m; s. —tje, o; s.
delijker—, enz. Willig, sie wil.—en,o.w. —pen, b. w. §
Wijs, bnw. (wijzer, —t, Wimpel, m; s. —en,o.w. Wis, bnw. (—ser, —t).
—te). —heid (in sam. § Vi isch (t wijg, vaat doek) f
s). Wimpers (oo</^aar/yes)m. v; sschen.
Ook met znw. : mv. W^isjewasje, o; s.
—hoofd, —neus, m. en Winbaar, bnw. Wiskundig, bnw. —e, m;
Wind, m;en.—ig,—erig, n.
bnw. Wiskunst (wiskunde) v.
Voor/s;-buil,-bord, —ig, bnw. —enaar, m:
—ei, —hond. —maker s en aren.
en —zak (winderig Wispelturig, bnw.
mensch), —vang, m. Wisschen, b. w. §
enz.; de bnw.—droog, Wisscher,m;s. Insam.s.
—stil, enz. en het bijw. Wisse (kub. el, als hout-
—waarts. maat) v; n.
W^indas, o; sen. Wissel, m; s. —aar, m; s
en. —ig
v.
Zie lager.
Wijsgeer, m;
bnw.
Wijsbegeerte, v.
Wijsneuzig, bnw.
W^ijten, b. w. (eet, eten).
Wijting (visch) m; en.
AVijwater, O. In sam.s.
Wijze, zie wijs.
Wijze (eentt?i;sfnan) m;n. Windbreken(windmaken) en aren.—en, b. en o.
Wijzen, b. en o. w. (ees, (pochen) o. w. §
ezen). § Windbrekerij, v; en. Wisselbaar, bnw.
Wijzer, ra; s. Winde (katrol, enz.; ook Wisselvallig, bnw.
Wijzigen, b. w. plant) v. Wit, bnw. (—ter, —st).
Wik (wikke; peulvrucht) Winden, b. w. (ond,on- Alsznw.(doel)o.—ach-
v; ken (n). In sam. mv. den), § tig, bnw.