Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Voorgaand, bnw.
Voorgemeld, voorge-
noemd, bnw.
Voorhanden, bijw.
Voorhoofd, o. In sam. s.
Vooringenomen, bnw.
Voorinnemen, b. w.
Scheidb.
Voorjaar, o; aren. In sam.
5.
Voorkomend, bnw.
Voorlaatst, bnw.
Voorlastig, bnw.
Voorlezer, m; s.
Voorlijk, bnw.
Voorloopig, bnw.
Voormalig, bnw.
Voormiddag, m; en.
sam. s.
Voorn, zie voren.
Scheidb. in de samen- maatregel.
gcst. WW.: —arbeiden, Voorzien, b. w. —igheid,
—bazuinen, —blazen, v. —ing.
—brengen, —duwen Voorzitter, m;s.—schap,
(—douwen), —gaan, o. Insam.s.
—ijlen,—komen,—kun- Voos, bnw. (voozer, —t).
nen, —kruien (ooi, ood —achtig, bnw.
en uide), —spruiten. Vorderbaar, bnw.
—varen , —vloeien, Vorderen, f b. en o. w.
—willen, —zetten. Vore (voor) v; n.
—zweepen en eene me- Voren (voorn) m; s.
nigte andere. Voren in: te —, van—,
Vormt znw. met den enz. bijw.
wortel van WW., ook door Vorenstaand, bnw.
achtervoeging van sel: Vorig, bnw.
—brengsel,—gang,ens. Vork, v; en.
Voortvluchtig, bnw.
Vorm, m; en. —sel, o.
—loos (—eloos) bnw.
Vormen (maken) b. w.
(het vormsel bedienen)
b. eno, w.
Vorsch, m; en.
Vorschen, o. w.
Vooruit, bijw. en vz. Vorst (fan Ae/daÄ) v; en.
Scheidb. inde sam. ww. Vorst (koude) v.
—betalen, —loopen. Vorst (heer) m; cn. (in
—zien, enz. Voorts in den 2nv. enk. en). —in,
sam. met ww.:—beta- v.—endom,o.—elijk,
ling,—gang,—making, bnw. Insam. mv.
Zie lager.
/n Voortdurend, bnw.
Voorteeken, m; s en en.
Voortreffelijk, bnw.
Voornaam, bnw. (voorna- Voorts, bijw.
mer, —st). Voortvarend, bnw.
Voornaamwoord, o; en.
Voornamelijk, bijw.
Voornemen, o; s.
Voornoemd, bnw.
Vooronder, o; s.
Voorouderlijk, bnw.
Voorover, bijw. Ook in
sam. met znw.:—bui- enz. —zicht, o. en Ae/Vos, m; sen. —kleurig,
ging,—heUing, —zak- bnw. —ziend. bnw. —sekop, —sevel,
king, enz. A'oorvader, m; s en en. enz. In and. sam.mw
Voorraad, m. —lijk, bnw. Vo'tum. (stem) o;s.
Voorschijn, m. A//een Voorval, o; len. Vouw, v; en. —en, b. w.
gebruik, in: te — ko-Voorwaarde, v; n. —lijk, (ouwde, ouwen). §
men, brengen. buw. Vraag, v; agen. —achtig,
Voorschool, o; en. Voorwaarts, bijw. en tw. —ziek, bnw.—al,m.en
Voorschreven, bnw. —ch, bnw, v; len. —swijze, bijw.
Voorschrijving,V. Insam. Voorwerp, o; en. —baak, —stuk, enz.
s. Voorweten (yoorftennis) O. Vraat, m; aten. —achtig
Voorspoed, m. —ig, bnw. —schap, v. (vratig) bnw. —zucht.
Voorspraak, v, (uoor een Voorwetend, bnw. Vracht, v;en.—vrij, bnw.
pers. m. en v; aken. Voorwoord, zie voor. Vragen, b. eno. w. (aagde
Voorste (oyer/r. /rap van Voorzaat, m. en v; aten. enoeg, aagd). § Voorts
voor) bnw. en o. znw. Voorzanger, m;s.—schap, —derwijze, bijw.
Voorstand, m. — er, m; s. o. In sam. s. Vrank (vrij) bnw.
Voorstel, f o; len. /n Voorzeker, bijw. en tw. Vratig, buw.
sani. s. Voorzetsel, o; s. Vrede (vree) m. —lievend.
Voort, bnw. en tw. —aan. Voorzichtig, bnw.—heids- bnw.
—s, bijw. halve, bijw. —heids- Vreê in ; —bazuin,