Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
(—schraapsel,—scUrap-
sel),—sluitsel, —snijd-
sel,—spansel,—spruit-
sel, —spawscl, —strooi-
sel, —treksel, —vaag-
sel, —veegsel, —vind-
sel,—vloeisel,—werk-
$el, —werpsel, enz.
Voorts de bnw::
—bundig,—drukkelijk,
—gebreid, —gekoren,
-gelaten, —gelezen,
—gemaakt (bewezen),
—gestreken (ß^.: Icalm),
—gestrekt,—heemsch,
—huizig, —landig,
—landsch, —legkundig,
—lokkelijk, —middel-
puntig, —muntend,
—nemend,—puttelijk,
—rekbaar, —sluitend
(zie lager), —sporig,
—sprekelijk, -stekend,
—verkoren (—verkore-
ne, m. en v; n), —voe-
rig, —voerlijk, —wen-
dig, —zinnig, enz.
Zie lager.
Uitdrager, m; s. (tn sam.
s).-ij,v.
Uiteen, bijw. Ook in sam.
met tt'u;.:—doen, —drij-
ven, —gaan, —loopen,
—zetten, enz.
Voortsdeznw.—zet-
ting, enz.
Uitelkanderzelting, o.
Uiten, b. w.
Uiter, vergr. trap van mi,
in de sam.: —buurt,
—d ij k,—meer,—waard,
enz. en in —lijk, bnw.
en bijw. (ook znw. o.).
Uiteren (van uiter) b.w.
Uitermate (saamgetrokken
van uil der mate) bijw.
Uiterste (overtr. trap van
uil) bijw. en o. znw.
Uilgenomen, bijw. en vz.
Uitgetogen, dw. van uit-
tiegen.
Uitgewekene, m. en v; n.
Uitgezonderd, vz. en bijw.
Uithangbord, o; en.
Uitlander, m; s.
Uitlalingsteeken, o; s.
Uillegger (wachtschip) m;
s.
Uilroepingsleeken, o; s.
Uitsluitend, bnw.—erwij-
ze, bijw.
Uitspanning, f v; en.
V.
Uitwaarts, bijw.
Uitwerking (uitwerksel) v.
(o); en.
Uka'ze (bevel van den Hus-
sischen keizer) v; n.
Ulaan(Poo/sc/i soldaaj)m\
anen.
Ulevel, v; len. —lelje.
\j\l\m{i'lüm(eindbesluil)o.
Ul'tra (overdrijver) m; 's.
Ultramarijn (hemelsblauw)
O.
Ultramonta'nen (verde-
digers der onbeperkte
machtvanden Paus) mv.
Unaniem, e (eenparig)
bnw. Unanimiteit.
U'nie, v.
Uniform' (gelijke kleeding)
m; en. —iteit (gelijk-
vormigheid).
Universeel, e, bnw.
Universiteit, v; en.
Unster, v; s.
Ur'ne (lijkbus) v; n.
Usan'ce (gebruik) v. Ook
usanlie.
Uur, o; (ure, v.) uren.
Uw, vnw.
Uwent in: --halve, —wege.
om —wil, ten en lot —.
V (twee en twintigste let- Vaarbaar, bnw.
ter) v; 's. Vaardig, bnw.
Vaag, f V. Vaarkoe, v; ien.
Vaak (dikwijls) bijw. (va- Vaars (jonge koe) v; zen.
ker, —st). Vaarschroef, v; ven.
Vaak (geneigdheid tot sla- Vaartuig, o; en.
pen) m. Vaarwater, o; s en en.
Vaal, bnw. (valer, —st). Vaarwel, o,
— achtig, bnw. Oo/c Vaas, v; azen.
met kleuren: —bruin. Vaatsch, bnw.
Vaalt (vuilhoop) v; en. Vacant',bnw.-ie,v;iën ens.
Vaam, zie vadem. Vaca'tie, v; iën en s.
Vaan, fv; anen.—drig(m Vacatuur', vacalu're , v;
sam. s).—drager.-tje uren.
(windwijzer) o. Vacci'ne (koepokinenting)
Vaandel (vendel) o; s en en. v.
Vaccineeren, b. w.
Vacht, v; en.
Vadem (vaam) ra; en.
—en, b. w. g
Vader (vaar) ra; s enen.
—achtig,—lijk,- -loos,
bnw. —schap, o. —gek.
bnw. cn znw. —lief
(onv. uitdrukking); als
znw. o; s.
Vaderland, o. —er, m; s.
—lieveud,—sch, —sge-
zind, bnw, Insam.s.
Vader-ons (het Onze-Va-
der)o.
Vadsig, bnw.