Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
En de bijw. —beide,
—deks, —dijks, —in,
—door, —tijds, —uit.
enz.
Twaaif, telw. —honderd,
telw. Als znw. v; ven.
—de, bnw.-derhande,
—derlei, onv. bnw.
—doornig,—jarig, enz.
bnw. —maal, bijw.
—hoek, —tal. enz.
Twee, telw. en v. znw.;
eeën. —honderd, telw.
—de, bnw. —ërhande,
—erlei, onv. bnw.
—ling, m. en v; cn.
—-linghroeder, enz.
Vormt de znw.;—bak,
V. —blad (p/an^)o.—ge-
vecht,—klank,—span,
—spraak, —sprong,
—strijd, —tal, enz.
De bnw. : —dik,
—draadsch, —dubbel.
—honderdste, —hoof-
dig, —hoornig, —ja- Twijg, v; en.
rig, —kleurig. —ledig. Twijn {tweern) m.—der,
—lettergrepig, -lobbig, m; s. —ster, v.—derij,
—slachtig, —snijdend, v. —en, b. w.
—stemmig, —tongig, Twintig, telw. en znw. i;
—vleugelig, —voetig, en.—er,m.—ste,bnw.
—vormig, —voudig, —tal,o.—maal. -werf.
—zijdig. enz. bijw. Ook in sam. met
Eindelijk de bijw.: znw.: —vlak, —pon-
—maal, —werf,—zins. der, enz.
Zielager. Twist, m; en. —achtig.
Tweedracht, v.—ig, bnw. —gierig,-ziek,-zuch-
sappel.
Tweeman, m;nen.-schap,
O.
Tweern, m. —en, b. w.
Tweespalt, v.
tig, bnw. —zucht, v.
—appel,—maker,—be-
slechter, —zaak, enz.
—en, O. w. g —rede-
nen, O. w. §
Tweevleugeligen (klasse Ty'pe (drukletter,enz.)v;n.
van insecten) m\. Ty'phus (keete koorts.
Twijfel, m. —aar, m; s. waanzinnigheid) m.
—aarster.v.—ig,—ach- Typograaf, m; afen.
tig, —baar,— moedig, Typographie' (boekdruk-'
—ziek, -zinnig.-zuch- kunst)\.
tig, bnw. —zucht, v. Typographisch, bnw.
—en, O. w. Tyran, z. tiran.
r.
U (een en twintigste let-
ter) v; 's.
U, vnw.
Uchtend, zie ochtend.
Ui, m; en. —eplant, —e-
schil. In and. sam. m\.
Uier, m; s.
Uil, m; en. —skop (botte-
rik),—skuiken,—ebek,
—ekop, —eklauw,—e-
enz., doch -en-
oog. In sam., waarin
een mv. bedoeld wordt,
uilen; a/s:—vlucht, enz.
Uit, vz. Scheidb. in sam.
met WW., in tegenover-
stelling van in, of duidt
eene voleindigde hande-
ling aan, enz. als:
—ademen, —barsten,
—betten, —boezemen,
—botten, —bijlen,
—broeden, —dagen ,
—delgen,—dijen, -doo-
ven, —duiden, —flui-
ten,—hebben,—helpen,
—hollen , —hoozcn ,
—huwen (—huwelij-
ken), —klaren, —lachen,
—loodsen, —nooden
(—noodigen),-oefenen,
—putten , —richten,
—roeien, —rusten ,
—scheiden, —sloven.
—spannen, —varen,
—vegén . —weiden,
—winnen , —zingen,
—zonderen, enz.
Zie lager.
Voorts in sam. met
znw. als: —-braak, v.
—einde, —gaaf (—ga-
ve. —gift), —gang (tn
sam. s), —geleide, —ge-
ver, —haler, —ham,
m. —hoek. —kijk, m.
—komst, -f V. —koop.
—loop, —reis. -roep.
—roeper, —schol, o;
len. —slag, m.
—spraak. —slap,
—stek (ook in.'bij —)
(d. i. voortreffelijk) o.
—stel, 0. —tocht,
—vaart, —val, —vlucht,
—voer, m. —was, o.
—weg, —zet (huwe-
lijksgift) f m. —zicht,
O. enz.
Of door achtei v. van
sel bij den wortel van
sommige ww. deo. znw.:
—braaksel,—broedsel,
—druksel, —duidsel,
—kauwsel, —knipsel,
—pluisel, —schrabsol