Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Tomooi', o; cn. —en, o. Tranig (traanaclUig) bnw. ui; s.
w. § Trans, m; en. Trein, m; en.
Torsch, m. —en, b. w. Transac'tic (vergelijk) v; Trek (zucht) m.
Tortel, v; s enen. —duif. iën en s. Trek, treek (list) ni;eken.
Tot, vz. —dat, vw. Transigecren (een verge- —baar, bnw.
Totaal, ale (geheel) bnw. lijk treffen) o. w. Trekkebekken, o. w.
Ooft 0. znw.; alen. Tran'sito (doorgang) o; Trekken, b. en o. w. (ok,
Totebel, v; len.—letje. doch vooral insam.: okken).§
Touter, ni; s, —en, o. w.--handel, enz. Treksel, o; s.
Touw, o; en. —danken. Translaat, o; aten. Tre'ma (dee//ec/en) v;'s.
—draaien, o. w. A/s Translateeren, b. w. Tremel (trechter vaneen
znw. 0. Translatour, m; s. —schaj», molen) m; s.
Touwen (leder) f b. en o. o. Trens, v; zen.
w. § Transparent (doorschij- Trenzen, b. w. §
Touwer, ra; s. —ij, v. nend) bnw. Trepaan (of schedelboor)
Touwslager, m; s. —ij, v; Transpireeren (uitwase- m; anen.
en. ïn sam. s. men) o. w. Trepaneeren, b. w. g
Traags bnw.(trager,—st). Transponeeren (overzet- Tres (haarlok) v; sen.
—lijk (tragelijk) bijw. /en; ooft wuzie/cin eene Treuren, o. w. g als:
—looper (spooft(iier)m. andere toonsoort) h. \v. —dicht,-maar(-mare).
Traan (olie) v.—achtig. Transport'o; en.—schip, enz.
bnw. —eur (/ioeftme/er), Treurgeestig, treurmoe-
Traan, ra; anen. Mv. in: —kosten,mv.—wagen, dig, bnw.
—beek,—brood, —dal, enz. —eeren, b. w. Treurig, bnw.
—flesch , —kruik. Trant, ra. Treuzel, v; s. —aar, m; s.
—vloed. Overigens Trap, f m. doch v. voor —aarster (—kous) v.
enk.:—stip, enz. al de treden); pen, —en, b. en o. w. §
Traanoogen, o. w. —swijze, bnw. Trezoor, o; oren.
Trachten, 0. w. Trape'zium, o; iën. Trezorie, v; ién. —r, m;
Tractaat (verdrag) o; aten. Trapgans, v; zen. s. —rschap, o.
Tracteeren (behandelen) Trappelen, o. w. Trian'gel, ra; s.
b.w. Trappen, b. cn o. w. § Tribunaal (rechtbank) o;
Tradi'tie (overlevering) v; Tras, o. —sen, b. w. alen.
ién. Travalje, v; s en n. Tribuun' (u'ne) v; unen
Trafiek (nering) v; en. Trawant ra; en. (n). (ambtenaar in
Trafikant, ra; en. Trechter, ra; s. Home) m.
Tragedie' (/reufspe/) v; s Tred, m. Trielje, v; s. —n, onv.
en iën. Trede (tree) v;n, Treedje. bnw.
Tra'gisch (treurig) bnw. Treden, b. en o. w. (ad. Trigonometrie' (drie-
Trai'te (getrokken wissel) eden). hoeksleer) \.
v; s. Treeft, v; en. ^ Trijp, o; en. —en, onv.
Traktaatje, o; s. Treek, zie trek. bnw.
Traktant, m: s. —e, v; n. Tref, ra. —fen, b. w. (of, Tril, m. —gras. —Ier (in
Trakta'lic, v; s. - oflen). Ooft o. znw, de muziek) —len.
Trakteeren, b. w. Treffelijk, bnw, o. w. g
Traktement, f o; en. Treil (lijn) ra; en. Trillioen' (duizendmaal
Tralie,v;iënens.—swijze, Treilen, b. w. Ook fig. duizendbillioenen;mill.
bnw. in: zoo als het treilt vandenZdenrang)o;en.
Traliën, b. w. en zeilt. Trimes'ter (vierendeel
Tranen (/ra7?en/oozen)o.w. Treiler (schuitetrekker) jaars) o;s.