Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
Theocratie' (godsregec- minderen) b.w. —nen,onv. bnw.—ne-
ring) v. Tierelantijntje, o; s. gieter (—gieter),—ne-
Theologant, theoloog', m; Tierelieren, o. w. goed, -nekas, —kraam.
en. ogen. Tieren, f o. w. In and. sam. tin.
Theologie', v. Tiersje {vat) o; s. Tinctuur {aftreksel van
Theolo'gisch, hnw. Tij {getij) o; en. kruideri) v; uren.
Theore'ma (/eers/eWinj) Tijd, m; en.—elijk,—ig, Tinne {top van een ge-
o;'s. bnw. —ens, bijw. en ftoMit) v; n.
Theore'tisch, bnw. vz. —rekenkundig. Tinnegieter, m; s. —ij, v.
Theorie' {bespiegelende bnw. In sam. s.
kennis) v; iën. In de volg. sam. s.: Tint {wijn) m. {kleur) v;
Theriakel (triakel) V. —bepaling, —bespa- en.—wijn(wijntint)ni.
Thermome'ter {warmte- ring, —bestek, —ge- Tintel, v. —doos. —en,
meter) m; s. wricht, —omstandig- o. w.
Thesaurie, v; iën. —r, m; heid,—orde,—verloop, Tip, m; pen. —pen, b. w.
s. 0. Foor/stijdm;—stip, §
{grondstelling) y; o. —korting, —ver-Tira'de {lange woorden^
eses, escn. drijf, enz. reeks) v.
Thyrs, m; zen. Tijding, v; en. Tijdinkje. Tirailleur {scherpschutter)
Thuis (te huis); ook in Tijgen, b. en o. w. (ecg, m; s.
<am.;—komst,—reis, egen). Tiran (tyran) m; nen.
enz. Tijger, m; scnen.—in,v. —niek,—nig,—nisch,
Tiber {rivier) m. Tijk,' v; en. bnw. —nie {ook —nij)
Tichel, ra; s cn en. —aar. Tijkavelen, o. v. In sam. mv.
m; s. —steenen, onv. Tijloos, v; zen. OoA: tijde-Tiranniseeren, b. w.
buw. loos. Tiras {net) v; sen.
Tien, telw. en v.znw,;en. Tijm, m. Tiras, zie tras.
—heid. —vond, o. Tik, m; ken.—ken, o. en Titel, ra; s. —zuchtig,
—ling,m.-de,-daagsch, b.w.—ker,ra.—tje.o. bnw. —en, b. w.
—deelig (—tallig), Tiktak {spel) o. —ken, o. Tittel, m; s.
—dchalf, —derhande, w. § . Titulair', bnw.
—derlei, -dubbel, Til {het tillen) m.{ophaal- Titulatuur, v.
—^jarig,—malig, —sna- brug) v; len. —baar. Tjalk, v; en.
rig, —voudig, bnw, bnw. Tjanken, o. w.
Voorts: —maal, Til'bury {zeker rijtuig) v; Tjerk {snip) m; en.
—werf, bijw. "s. Tjilpen, o. w.
Insgelijks met znw.: Tillen, b. w. § Toast {spr. uil toost) m;
—getal, —hoek,—man. Timiditeit' (beschroomd- en.
—manschap, —tal,ene. heid) v. Tobbe, v; n.
Tiendbaar, bnw. Timmer {vrouweiüimmer) Tobben, o. w. §
Tiende, O. (roor tiendaf- o; s. Tobberij, v; en.
gift veelal \.) n. /n Timmerage, v; s. Toch, vw. en bijw.
sam. tiend; a/s:—hef-Timmeren, b. en o. w. § Tocht, -[• m ; cn. —ig,
fer,—recht,—plichtig. Timmerman, m; —lieden, bnw. —en. o. w.
—schuldig, enz. In sam.s. Tod (todde) v; den, In
Tientje {tienguldenstuk) Timmerziek. bnw. sam. mv.
o; s. Timpaan (raam der druk- Toe, vz. en bijw. Ook tw.
Tier {welige groei) v. kers) o; anen. Scheidb. in de samen-
—ig, bnw. Timpje {broodje) o; s. gest. ww. —bededen,
Tierceeren {op '/j ver-Tin. o. —achtig, bnw. -behooren(aysznw.o.),