Boekgegevens
Titel: Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Auteur: Bosch, D.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalemkamp, Van de Grampel en Bakker, 1866 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2204
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202607
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Woordenboeken (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopt schoolwoordenboekje voor de Nederlandsche taal: volgens de spelling, aangenomen voor het "Woordenboek der Nederlandsche taal; "
Vorige scan Volgende scanScanned page
—en, b. w. (derpaar- Sleng (stang) v; en. Steven, m; s. —en,o. w.
den) O. w. —etje. Stevig, bnw. —en [stevig
Steil, bnw. —te, V.—oor, Stengel, m; s. —loos, maken) h.w.
m. en v; en. —oorig, —vormig, Sticht (stift) o;en.—sch,
bnw. Stenograaf, m; afen. bnw. —enaar, m; s en
Stek (spruit) v. (berg- Stenographie' (snel- aren.
plaats) o; ken. schrijfkunst) v. Stichtelijk, bnw.
Stekade (degen) v; n. Stenographisch, bnw. Slichten, b. w.
Stekan, zie steekkan. Sten'tor (iemand met eene Stief (niet volkomen) in:
Stekeblind, bnw. zware stem) m; s. —broeder, —kind.
Stekel, m; s. —achtig,--stem. —zwager, —moe-
—ig , bnw. —baars, Ste'phanus, ra, derlijk, bnw. —moe-
—brem, —cactus, Step'pe (hoogliggend on- derschap, o.
—dieren,—plant,-vin, bewoond oord) s; Stier, m ; en. —achtig,
—visch, —varken Ster (star) v; ren. —-relje. bnw. —kalf, —mensch,
(—zwijn) enz. —blind(oo/i —reblind), —ekop.
Stekeling (tjsc/t) m; en. —vormig, bnw. Mv. in: —bloed,
Steken, b. en o. w. (ak. Sterren in die sa- —huid, —vet [ook
oken).g Zie steek. menst., waarin bepaald —vet), —vleesch (ooft
Stekken, o. w. een mv. bedoeld wordt: —evleesch), —dienst,
Stti\ (plaats) m. —kunde, —kundig, —gevecht, —offer,
Slei [stelling, enz.) o;\en. —beeld, —dak,—he- —perk.
—letje. mei, —toren, —welf, Stieren,zijsturen.
Stelen, b. w. (al, olen). —wichelarij. In and. Stift, v; en. —houder.
Stellage, v; s. sam. slerre. Zie lager. Stijf, bnw. (stijver, —st).
Stellen, b. w. g als: Slère (kub. el) m-,s. —achtig, bnw.—le,v.
—ho\il (scheepswoord),'SiereoscQop, m;open. —hoofdig, —koppig,
—kunst, —kundig, Stereoly'pe (vaststaand (—nekkig), —zinnig,
—kunstig, enz. —re- drukwerk) v. —eeren, bnw.
gel,—sleutel, enr. b.w. Ook met znw.; als:
Stellig, bnw. Sterfelijk, bnw. —hals, —hoofd, enz.
Stelling, v; en. Stellinkje. Sterfte, v. Stijfsel, v.—achtig,'bnw.
Stelpen, b. w. Sterk, bnw. —te, v.—wa- —makerij, enz.
Stelsel, o; s. —zucht, v. ter. —en, b. w. g Stijg (twintigtal) o; en.
—loos, —matig, bnw. Sterkoraal(2eesï(?r)o;alen. Stijgbeugel, m; s.
Stelt, v; en. —looper. Sterling (munt) in : Stijgen,o.w. (eeg,egen).§
Stem, v; men. —metje. pond—,enz. Stijl (s/u/) m; en.
—baar, —hebbend, Sterpolyp, v; en. Stijl (wijze) ra; en.
—meloos, —gerech- Sterrekers, v. Stijven, b. en o. w. (eef,
tigd, bnw. —gerech-Sterveling, ra; en. even). § Gelijkvl. in
tigden,mv. Sterven, o. w. (ierf, or- overdrachtigen zin,
Stemmen, b. en o. w. § ven). § Als znw. o. sterken.
Stemmig, bnw. Steun, m; en. —sel, o; s. Stijvjgheid, v.
Stempel, m; s.—en, b.w. —ders (scheepswoord) Stik (stcke)i«;—donker,
§ mv. —duister,—vol,-ziend,
Stempen (stelpen) b. w. Steunen (rusten) o. w. § buw.
Sten'den (vergadering van Ook voor stenen. Stikken, b. en o. w. g
afgevaardigden des Steur, m; en. —haring. Stikken (s/eften) b. w. §
volks) mv. enz. Stiksel, o; s.
Stenen, steunen, o. w. Slevel,nj;s. —cn, w. w. g Stil, bnw., bijw. en tw.